Een yoga-aspect

Strekken binnen yoga vraagt geduld

Voor het strekken van een spier, brengen we in ontspannen toestand enige spanning over die spier aan. Bij herhaald strekken zal deze spier zich naar verloop van tijd aanpassen, ofwel meer ruimte voor geven voor de beweging; dit in tegenstelling tot stuiken. Sommige strekoefeningen kunnen we ook in de saunacabine maken.

In het taalgebruik op websites, in boeken en video's kom je echter vaak de term ‘rekken’ tegen; dit misverstand is hardnekkig. Helaas voor de mensen met deze valse overtuiging, de wetenschap heeft allang aangetoond, dat je een spier niet kunt uitrekken gelijk elastiek. Uit rekken komen slechts blessures voort!

Nu moeten we de strekking enige tijd aanhouden. Vaak tellen we daarvoor het aantal ademhalingen. Probeer het strekken als beginneling zeker tien ademhalingen vol te houden. Vervolgens laten we de voet gaan, zodat de kuit even rust krijgt. Dan kunnen we de strekking een aantal keren afwisselend met beide benen herhalen.

Over de glos strekken

Binnen passiefoefeningen moeten we het begrip strekken in gebarentaal kunnen vormen. De afbeelding hieronder toont dit glos (ingang in een lexicon) in SignWriting. We zien symbolisch twee A-handen, die een herhaalde beweging van elkaar maken. Daarbij kijken we tegen de handpalm aan.

Verder ligt de duim op de vuist. Daarmee ligt de oriëntatie vast. Noteren we het gebaar echter met S-handen, dan zijn er qua oriëntatie meerdere mogelijkheden. In de praktijk zien we het gebaar voor strekken vaak met S-handen maken. Betekenis onderscheidend is dit verschil niet.

Strekken in de Halasana

De praktijk van het strekken ervaren we bij het maken van een Halasana. Dit is een zeer bekende yogahouding (asana) uit de klassieke yoga. We kunnen de naam Halasana vertalen met Ploeghouding.

Bij gebrek aan lenigheid, nemen we  — in de bovenstaande houding —  de strekking waar ergens aan de achterkant van ons lichaam. Dat deze strekking voornamelijk achter de benen, ligt kunnen we zien. Deze zijn niet geheel recht. Door nog iets meer buigen van de benen verminderen we de strekking. Maken we de benen rechter dan wordt deze intenser. De juiste strekking mogen we net voelen; pijn dienen we te vermijden!

Het strekken van de handen

Voor het werken met gebarentaal zijn lenige handen een noodzaak. Een Y-hand, zoals steunend op het linker bovenbeen op de afbeelding hieronder, vraagt veel van onze vingerlenigheid.

Het strekken van een y-hand.

Voor het strekken van de Y-hand maken we de handvorm met een losse pink, zodanig dat de nagelvlakjes tegen de duimmuis liggen. Vervolgens pakken we de pink met de andere hand en brengen we deze zo naar achteren, dat een strekking ontstaat. Het strekken van andere handvormen gebeurt op gelijke wijze. Verder is de aanpak gelijk aan die van iedere strekoefening.

Strekken en afleiden

Allereerst kan je soms bij jezelf afleiden. Een duidelijk voorbeeld daarvoor is de Kleine-Boog. Bij dit staande zijwaarts buigen kunnen we ons middel aan de zijkant strelen. De Motvorm en de Schroefhouding zijn goede voorbeelden van strekken en laten afleiden. Daarvoor hebben we een maatje nodig.

We gaan nu uit van de beleving van ons passiefmaatje In de Schroef ontstaat het strekgevoel meestal rond de oksel; de groene pijl in het plaatje hierboven. (Het strekgevoel kan echter in het gehele gebied tussen knie en hand liggen.) Het gebied van de groene pijl moeten we dus afleiden. Hiervoor strelen we waar de pijl staat met gespreide vingers in de richting van de pijl. Vervolgens gaan we door de lucht terug voor een zelfde streling. We blijven dit in een hoog tempo herhalen (repeterende-effleurage). Mits de huid droog is mag deze streling vrij stevig zijn. De aanraking moet echter ten alle tijden lopen. Loopt de streling niet (haperen) dan maken we deze terstond lichter en sneller.

Als de ouderdom knaagt

Het kan zijn dat we pech hebben gehad, of dat onze leeftijd een rol gaat spelen. Soms komt er een tijd, dat we onze oefeningen drastisch moeten aanpassen. Hoe oud we ook zijn, strekken blijft een belangrijk middel in het behouden van de lichamelijke bewegingsruimte. Bij strekken gaat het over lenigheid. Kracht is het andere element, dat bij het ouder worden, belangrijk is. Het is verstandig te streven naar een evenwicht tussen lenigheid en kracht.

De bovenstaande afbeelding toont de Walvishouding (een eenvoudige variant van de Pashchimotanasana) op een stoel. Met de houding strekken we de spieren aan de achterkant van ons lichaam. Voor de tegenbuiging (overeenkomstig met de Bhujangasana) kunnen we weer rechtop gaan zitten en daarbij de armen iets naar achteren in de lucht strekken. Torsen (zoals in de Schroefhouding) doen we vervolgens door de leuning te pakken (Stoeltorsie).