Yogahoudingen

De ‘Olifanthouding’ - een haptoyogavorm

Vanuit Stamhouding buigen we voorover, waarbij de handen op de vloer plaatsen. Dan lopen we met de handen naar voren, waarvoor we één voet van de vloer tillen. Tevens draaien de andere voet zover naar binnen, dat deze naar de tegenover liggende hand wijst. Vervolgens intensiveren de strekking, door het plaatsen van we de andere voet; allereerst op de tenen (in Teensteun) en dan met de hiel voorzichtig dichter bij de vloer (Ook: Olifantshouding; Eng. Elephant Pose).

Over enkels en kuiten strekken

De heer op de afbeelding hieronder maakt de Olifant. Het is een versimpelde vorm van de Speurhond (Adho Mukha Svanasana), die minder lenigheid vraagt. Zo biedt deze strekhouding een mogelijkheid; voor wie wat stijfjes, op latere leeftijd, met yoga of tantra begint.

Een oudere Louis van Gorkom maakt de Olifanthouding.

De Olifanthouding nu op de afbeelding hierboven, strekt achter het bovenbeen met de nadruk op de kuit. Daarnaast vergroot de houding op jonge leeftijd de lenigheid in de enkels. Op latere leeftijd kunnen we aan die enkels niet meer zoveel doen. Vooral ouderen moeten voorzichtigheid betrachten bij het strekken van de enkels, de nadruk komt dus te liggen op de kuiten.

De mate van strekken kunnen we in de Olifant heel goed regelen. Daarbij is een minimaal voelbaar strekgevoel voldoende. Wel dienen we dit strekken telkens enige tijd vol te houden. Bij een voorafgaande verwaarlozing wordt het zo'n tien keer aan iedere kant, waarbij we de strektijd langzaam opvoeren tot ca. 30 seconden. Minimaal  — dus als onderhoudsdoses —  zal het één keer links en een maal rechts zijn. Soms bij verstoring van het evenwicht zal de nadruk liggen op de slechtste kant. We kunnen de Olifant- eventueel aanvullen met de Kraanhouding