Yogahoudingen

De ‘Kleine-Boog’ - een haptoyogahouding

De Kleine-Booghouding, als variant van de de Trikonasana (Driehoekshouding), is een zijwaartse buiging van de wervelkolom in staande uitvoering; aldus wordt een zijwaarts opgaande boog gevormd.

Omgaan met deze strekking

De onderstaande foto toont ‘Louis van Gorkom’ die de Kleine-Boog maakt. In de klassieke naamgeving gaat het om een variant van de Trikonasana. De Kleine-Boog is een aangewezen vorm, voor wie yoga op latere leeftijd oppakt. Ook is het een lekkere oefening voor de vroege morgen, als alles nog wat stijf aanvoelt. Verder past deze oefening door haar eenvoudige uitvoering goed binnen een les voor peuters en kleuters.

Een oude Louis van Gorkom maakt de Kleine-Boog.

We kunnen in de houding ons zelf eenvoudig afleiden, door met de overstaande hand het strekkende gebied snel te strelen. De dynamische vorm benoemen we met Kleine-Boogoefening. We maken nu de buiging naar links, rechts en weer terug in een vloeiende beweging, die enige tijd kan worden herhaald. Het strekken komt meer naar voren in de statische vorm.

Het is bij de uitvoering van de strekking niet de bedoeling, om naar voren of naar achteren weg te draaien. We buigen dus puur in het zijwaartse vlak. De diverse  — meest naamloze —  varianten ontstaan door de positie van de armen en de benen te variëren. Verder kunnen we de houding ook iets wijdbeens knielende maken. Voor een staande variant kijken we naar de Wilghouding. Vervolgens vinden we een liggende variant in de vorm van de Banaanhouding.