Yogahoudingen

De ‘Gekruiste-Boog’ - een haptoyoga-vorm

Voor de Gekruiste-Booghouding pakken we vanuit Buikligging met een hand de tegenoverliggende enkel, door de voet van dat been boven de bil te brengen. Bijna gelijktijdig buigen we de rug achterwaarts, zodat een achterwaartse boogvorm, ofwel Rugboog ontstaat (Eng. Across Half Bow Pose; Sanskr. benadert de Ardha Dhanurasana).

Borst van de vloer tillen

De afbeelding hieronder laat de Gekruiste-Booghouding zien in de vorm van een lijn-draadfiguur. Deze figuur is gemaakt met als voorbeeld een foto uit ons lesmateriaal.

De Gekruiste-Booghouding in een lijn-draadfiguur.

De tekening nu hierboven stelt een dame voor, die liggend op haar buik met haar arm het tegenoverliggende been pakt. De strekking ligt daarbij, voornamelijk aan de voorkant van haar bovenbeen. Buigt zij haar rug meer naar achteren, dan vermindert de het strekgevoel in haar bovenbeen.

Oppassen op bij stuiken?

De ruimte om achterwaarts te buigen in de rug is afhankelijk van de lenigheid in onze rug. Deze dienen we als kind reeds te ontwikkelen. Bij volwassenen gaat deze lenigheid  — in de Rugboog —  met het toenemen van de leeftijd gestaag achteruit. Dit komt door het inzakken van de tussenwervelschijven. We kunnen door oefenen dit proces helaas niet tegenhouden.

De Gekruiste-Booghouding is een variant van de Booghouding (Dhanurasana). Bij dit type achterwaartse buiging vanuit een liggende positie ligt het strekgebied aan de vloerzijde; dit is moeizaam bij afleiden. Nabij de onderrug (midden boven) moet het weefsel sterk stuiken. Aanpassing van het lichaam, gebeurt alleen bij kinderen onder de leeftijd van twaalf jaar.

Intensief stuiken op latere leeftijd kan tot rare blessures leiden en daarmee is afleiden op de rug in dat geval zinloos. Bij kinderen kunnen we met beleid de onderrug afleiden. Voor afleiden aan de voorzijde moeten we naar de Kameelhouding (Ustrasana) of de Gedraaide-Kameel kijken. De vorm waarbij we het been aan de zelfde kant pakken heet Halve-Booghouding.