De yogahoudingen

De ‘Banaan’ - een haptoyogavorm

Vanuit Vloerhouding strekken we onze armen boven het hoofd. Dan verplaatsen we onze benen door ze een beetje op te tillen zijwaarts zodat een boogvorm ontstaat. Vervolgens leggen we de benen weer neer en blijven we enige tijd in de ontstane strekking liggen.

Zo krom als een banaan

“Waarom zijn de bananen krom?” Het antwoord dat vaak gegeven wordt op een onmogelijke of onzinnige vraag. De naam van de strekhouding op de afbeelding hieronder, staat in verband met de kromming van de tropische vrucht, die wij banaan noemen.

Zijwaarts buigen in de Banaanhouding (Louis van Gorkom).

De Banaanhouding (nu op de afbeelding hierboven) is dus een liggende strekhouding. De heer op de afbeelding draait het bekken wat weg, waardoor de strekking deels verloren gaat. Dit is natuurlijk niet de bedoeling. Bij buiten oefenen op het naaktstrand (naakthoekje), zoals op de afbeelding hierboven moeten we op de tijd in zon letten, zodat we niet verbranden. Verder voor links naar varianten kijken we bij de Kleine-Booghouding. De zittende remedialbenadering heet Stoel-Zijbooghouding.

Als passiefoefening

Ook de Banaan als passiefoefening past goed binnen Remedial-Yoga, maar ook voor de gewoon, gezonde mens is het verrukkelijk een passiefoefeningensessie te ervaren. De afbeelding hieronder, toont de Banaanvorm in buikligging. Er staat een lesassistent bij die de gestrekte flank afleidt  — door repeterende-effleurage —  met een vegertje. We kunnen de Banaanvorm ook in rugligging maken.

Een jonge Louis van Gorkom als passiefmaatje.

Willen we de vorm op de afbeelding direct hierboven, apart benoemen dan spreken dan spreken we van ‘Buik-Banaanvorm’. Het is iedereen duidelijk, dat we de strekking in bij deze vorm in twee richtingen kunnen neerleggen.

Voor dit vertillen buigen we de knieën van ons passiefmaatje en gaan daarbij in een losse Ruiterhouding net buiten die knieën staan. Aan de kant tegenover de strekking geven we onze voet iets meer ruimte. Vervolgens leggen de voetruggen van ons maatje op onze bovenbenen, zodat we nauwelijks met onze rug tillen (nieuwelingen kunnen dit tillen ‘voor de veiligheid van eigen rug’ beter in een cursus leren). We kunnen de vorm in rugligging eventueel aanvullen met de Motvorm, de Ploegvorm en de Schroefvorm.

Van de Schroef naar de Banaan

(Roman:) De ontspanningsfase is begonnen met eerst de actieve- en dan de passieve aanpak van de Schroef. Gerda kijkt naar Maria, die op de vloer in de Schroefvorm ligt. Deze keer is Jan er niet, dus ze zal het klusje van het terugleggen zelf moeten klaren. Op het moment streelt ze nog snel in de oksel van Maria. Dit afleiden moet de spierspanning bij Maria wegwerken. Ondertussen wacht ze op het teken in gebaren, dat het moment van terugleggen duidt.

(Louis:) Lesgever Louis komt met de gebarenzin, die staat voor het terugleggen. Het enige geluid komt van het schrapen bij het sneeuwruimen buiten. Hij geeft in gebaren de sessie over aan Sita.

(Gerda:) Gerda laat blik vallen op de rug van Sita. De zwarte paardenstaart streelt de bijbehorende billen. Hoewel Gerda zich heeft voorgenomen Maria symmetrisch op haar rug te leggen lukt dat niet. Het lijf van haar passiefmaatje rolt toch in een Banaanvorm, waarbij ook de armen heel verschillend liggen. ‘Shit! Dat is pech hebben,’ klinkt er in haar brein. Er is echter genoeg beheersing, zodat die gedachte haar mond niet kan bereiken. Ze moet snel een oplossing vinden. Half bewust legt ze Maria in een tegenovergestelde Banaanvorm. Dan kijkt ze in het rond voor een duster om bij Maria mee af te leiden. Ze grijpt zo'n paarse streler; en met: ‘En voel Maria voel,’ zet ze de snelle, gecombineerde effleurage in.

(Maria:) Maria voelt, dat het afleiden het strekgevoel bijna terstond nagenoeg wegneemt.

(Gerda:) Gerda gaat enige tijd door met afleiden. Vervolgens legt Gerda een arm van Maria alvast bij en de Banaanvorm weer tegengesteld. Daarna leidt ze de andere kant af. Dan brengt ze haar passiefmaatje Maria in een Motvorm, waarbij ze beide knieën naar rechts brengt. Ze houdt haar maatje in die torsie zo geruime tijd vast.

(Maria:) Maria voelt hoe haar benen snel achter elkaar, door een warme aanraking ondersteund worden gestrekt.

(Gerda:) Het lukt Gerda nu om Maria geheel symmetrisch neer te leggen. Ze vraagt zich af wat dit bij Maria teweeg brengt; realming is vaak ondoorgrondelijk. Over de buik van Maria loopt een ademgolf. Gerda is teveden over het resultaat.

(Sita:) Sita weet dat nu de tweede langere ontspanning moet volgen. Ze kijkt op haar horloge en besluit er ongeveer vijf minuten voor te nemen; en vervolgens de activeringsfase in te zetten. Ze geeft Gerda een positief duimpje als compliment voor de aanpak en gaat verder met de stembegeleiding: ‘Buiten klinkt het gezoem van een borstelveger, binnen echter is het warm en veilig,’ ondertussen denkt ze na over de oefeningen om de activeringsfase mee in te zetten: ‘Je voelt hoe het lijkt dat de vloer ligt of verandert. Durf je te laten gaan. Zo wordt j' als vanzelf nog wat stiller,’ zo gaat ze verder met de stembegeleiding. (Einde Roman)