Yogahoudingen

De Ruiterstand een bekkenopening

Vanuit een staande Spreidstand brengen we de bovenbenen horizontaal, zodat een Hurkvorm ontstaat. We mogen er eventueel een Namaste  — waarbij de ellebogen tegen de benen steunen —  aan toe voegen (Eng. Grand Plie Squat, Lumberjack Squat; Ned. ook: Ruiterhouding, Ruiter).

Op de foto hieronder zien we ‘Louis van Gorkom’ de Ruiterstand steunend op een stoel maken. Jonge lenige mensen hebben een dergelijk steuntje niet nodig.

Louis van Gorkom toont de Ruiterstand.

Bij jonge lenige mensen gaat het juist, om de uitdaging het evenwicht te bewaren. Eventueel kunnen zij de houding zelfs op een dubbele Teensteun maken. Het is dan een kunst het evenwicht te bewaren.

Het verschil met de Hurkhouding

Een andere manier om de Ruiter te duiden is te kijken naar de verschillen met de Hurkhouding. Bij de Hurkhouding zakken we met de billen zo dicht mogelijk bij de hielen. Hiervoor is het nodig dat we de voeten niet al te ver uit elkaar plaatsen. Zolang de billen maar tussen de kuiten passen staan onze voeten wijd genoeg. We ademen in de houding rustig door. Voor de Ruiterstand is het zelfs niet nodig om met de billen beneden het niveau van de knieën te zakken. Er is dus een subtiel tussen Ruiterhouding en Ruiterstand. Bij de Ruiterstand ligt de nadruk nog meer op het strekken in het bekken, waarbij we minder diep doorzakken. (De hoge vorm gebruiken we als actiefmaatje in passiefoefeningen.)

De Ruiterstand speelt een belangrijke rol binnen kinderyoga. We beginnen voor peuter en kleuters dan met wijdbeens hurken. Bij de overgang naar de Ruiterstand wordt er veel gevraagd van het evenwicht. De yogajuf kan dan de kinderen tegenover elkaar plaatsen, zodat ze elkaar kunnen helpen met de balans.

Verder ook meer dynamisch?

Verder kunnen we in de Ruiterstand de billen zijwaarts verschuiven, zodat de strekking meer aan één kant komt te liggen. Het is zo klaar als een klontje, dat we dan ook naar de andere kant moeten strekken. Dit geeft meer dynamische ruimte in de uitvoering. Nog dynamischer wordt het als we cirkels, danwel ellipsen met het heiligbeen maken. We spreken dan van de Ruiteroefening. Voor het evenwicht brengen we beide handen in Bidgreep naar voren. Het is de bedoeling dat we deze Bidgreep zoveel mogelijk op één plaats houden. Eventueel kunnen we hierbij voor dat evenwicht een met lood gevulde pijp in de handen nemen, zodat we de houding nog wat kunnen intensiveren. Met een langwerpige steen gaat het ook. Deze vorm kan onderdeel uitmaken van de warming-up.

We kunnen vanuit de Ruiter eenvoudig overgaan naar staande oefenvormen overgaan, zoals het Lostorsen en de Kleine-Boog. Zo kunnen we er ook dynamiek aan toe voegen. Zelfs een mengvorm tussen de Ruiter en de Kleine-Boog is mogelijk.

De Ruiter kunnen we in bijna alle omstandigheden maken. Tijdens de periode van zwangerschap vormt de Ruiter de kern van de meeste oefenseries. We mogen deze houding tot aan de bevalling volhouden. Op oudere leeftijd is de Ruiterstand een belangrijke strekhouding voor het onderhouden van de lenigheid in het bekken. We kunnen in de houding zelfs onszelf afleiden. Dit afleiden vraagt wel een omgeving waar valse preutsheid ontbreekt. De naam Ruiterhouding is ontstaan door een vergelijking met de wijze we gewoonlijk op een paard zitten. Voor een extra uitdaging kijken we naar de Teensteun-Ruiterstand.