Yogahoudingen

De Hurk-Duifhouding;

Vanuit de Plankhouding lopen we met de voeten iets naar voren  — ofwel rechts op de tekening hieronder —  waardoor onze billen omhoog komen. Dan plaatsen we het achterste been zover mogelijk naar voren (rechts op de tekening) met de voetzool plat op de ondergrond. Daarna laten we van het voorste been de knie op de vloer zakken en strekken we de voet van dat voorste been. Vervolgens komen met onze romp omhoog en buigen die achterwaarts. Ten slotte maken we een regelmatige boog, door de voorste knie iets van de vloer te tillen en pakken we met de voorste arm het voorste bovenbeen (zie tekening; Eng. Pigeon Pose, Ned. Voetstrek-Duifvorm; Verz. Bekkenruimer).

De tekening in zijaanzicht is waarschijnlijk duidelijker dan de beschrijving hierboven. Het is weer een symbolische afbeelding in puur zijaanzicht. De achterste arm doet niet mee, maar mag de bovenarm van de voorste arm pakken. Het hoofd mag achterwaarts hellen, maar ook rechtop worden gehouden.

Een symbolische weergave van de Hurk-Duifhouding.

De tekening hierboven is een puur zijaanzicht van de Hurk-Duifhouding. Het is een combinatie van een lijntekening en een draadfiguur. De paarse lijn duidt de naakte uitvoering. Verder staan ook de groene symbolische grasjes voor het naturisme. We voeren deze enkelzijdige houding, dus minimaal in de twee mogelijke vormen uit. De houding krijgt een logische plek in de inspanningsfase.

In de houding stuikt in de rug. De strekking ervaren we in het bekken en het borstgebied. Wie de houding niet aan kan, kan naar de Rugboog kijken. Voor een eventuele dynamische fase kunnen we wat omhoog komen en dan weer zakken. Aldus krijgen we een aantal korte strekkingen achter elkaar. Een andere mogelijkheid is het afwisselen van links en rechts. Over het algemeen gaat de dynamische- vooraf aan de statische fase. Bewaren we de Teensteun dan heet de houding Stand-Duifhouding.