Yogahoudingen

De Viyaccara Salabhasana;

Vanuit Buikligging buigen we in evenwicht achterwaarts, waarbij we voor het evenwicht beide armen schuin naar achteren en iets omhoog steken. Voor deze asana dienen we de ‘Purna Salabhasana’ eerst te beheersen (Eng. Flying Locust Pose, Eng. Sanskr. zoek ook op: vipareeta; Ned. Vliegende-Sprinkhaan; Sanskr. ook: Viparita Naukasana; asana = houding, nauka = boot, salabha = sprinkhaan, viparita = omgekeerd, viyaccara = vliegen).

De onderstaande variant van de Sprinkhaanhouding is alleen weggelegd, voor wie als kind reed met yoga begint. We zien de afbeelding in de vorm van een lijn-draadfiguur.

De Viyaccara Salabhasana in een lijn-draadfiguur.

Het is een symbolische weergave en dus niet proportioneel. De achterste arm is te dik afgebeeld, zodat de lijnen niet in elkaar vloeien. In een foto zou de voorste arm de achterste kunnen bedekken. De groene lijn geeft de ondergrond aan, maar duidt ook het naturisme.

De lenigheid neemt af

Met het toenemen van de leeftijd zullen we merken dat onze achterwaartse lenigheid afneemt. Zo rond het veertigste levensjaar gaan we dat echt merken. Dit komt omdat de tussenwervelschijven inzakken. Deze wervelkolom wordt in de tekening hierboven aangegeven met een stippellijn. Dit is een natuurlijk proces. Het is dus onverstandig door extra strekken de strijd aan te gaan met dit proces. We accepteren dus dit gegeven en nemen het feit dat we minder hoog komen.

Daarbij richten ons wat meer op het onderhouden van de spierkracht. Deze wat lagere variant heet ‘Viparita Naukasana.’ We mogen hierbij ook onze armen voor ons strekken. Blijven we nog wat lager dan noemen we de houding Zwaluwhouding. De overgang tussen al deze houdingen is zacht en er zijn veel varianten mogelijk. Zo kunnen we zowel de armen als de benen in diverse vormen spreiden.