Yogahoudingen

De Sālamba Śīrṣāsana - een āsana;

Knielend plaatsen we de kruin van ons hoofd op de ondergrond. Gelijktijdig vouwen we onze handen in een Bidgreep tegen ons achterhoofd. Het hoofd te samen met de ellebogen vormen nu een driehoek met drie steunpunten. Dan rechten we de knieën, en lopen we met de benen verder op, zodat deze driesteun nagenoeg ons gewicht draagt. Dan brengen we één van onze benen boven ons hoofd. Vervolgens volgt met een afzetje het tweede been. Deze Keerling heet dan ‘Salamba Sirsasana’ (Eng. Supported Head Pose; Ned. Hoofdstand, Kopstand; Sanskr. asana = houding, salamba = ondersteund, sirsa = hoofd; Verz. Keerling).

De linker symbolische lijnfiguur laat de ‘Salamba Sirsasana’ van de rugzijde zien. De ellebogen staan in wekelijkheid iets voor de kin. Dit kan de tekening niet tonen. Daarvoor is er op de voorgrond de rechter lijnfiguur, die de asana in zijaanzicht toont.

Een symbolische weergave van de Sirsasana.

Dus de hoek tussen beide armen is kleiner dan negentig graden. We houden de stand enige tijd vol. Door het keren van de houding, werkt oefening via de zwaartekracht in op de vaatwanden.

Voor kinderen taboe!

Omdat de beenderen in de schedel nog niet volgroeid zijn mogen kinderen absolut geen Kopstand maken! De docent kan beoordelen of een jong volwasene rijp is voor de Kopstand. Bij een les voor kinderen beperken we ons dus tot de Salamba Sarvangasana! Anderen kunnen eventueel de schouders versterken met de Pincha Mayurasana.

Het opkomen in de Kopstand.

De uitvoering in de praktijk

De tekening hierboven laat een tussenstand zien bij het opkomen in de Kopstand. Met een klein afzetje van het gestrekte been komen we in de verticale stand. We houden de Kopstand als beginneling slecht een paar seconden aan. Worden we niet duizelig, dan mogen we de houding de volgende dag iets langer volhouden. Zo laten we de komende dagen ons lijf aan de Keerling wennen. Voor de veiligheid is een maatje handig, dat raar vallen kan voorkomen.

Wel beperken we de uitvoering van de Kopstand in het begin, tot slechts één, hoogstens twee -pogingen per dag. Gaat het allemaal goed, dan kunnen we de volgende weken zowel het aantal pogingen, als de duur van de houding verder opvoeren. De tijd die we aan onze persoonlijke oefeningen kunnen besteden vormt nu de begrenzing. De Kopstand krijgt een plekje aan het begin van onze persoonlijk oefenserie.

Over de oefenvolgorde

We plaatsen de ‘Salamba Sirsasana’ aan het begin van onze oefenserie. Dan gaan we verder met de ‘Pincha Mayurasana’ en daarna volgt de ‘Salamba Sarvangasana’. In al deze Keerlingen zijn diverse standen van de benen mogelijk. Ook kunnen we zo een Padmasana in de lucht maken. De houding heet dan ‘Padmasana antah Salamba Sirsasana’. Bij voldoende lenigheid kunnen we ons ook aan een Hanumanasana antah Salamba Sirsasana wagen.