Yogahoudingen

De ‘Salamba Sarvangasana’;

Vanuit de Ploeghouding ofwel liggende positie brengen we ons lichaam in een voorwaartse buiging zoveel mogelijk verticaal. Eenmaal verticaal ondersteunen we ons lijf met de armen. Hiervoor plaatsen we de handen als steun tegen de bovenrug. Onze onderarmen vormen daarbij de steun tegen de vloer (Eng. Supported Shoulder Stand; Ned. Schouderstand, verz. Keerling; Sanskr. anga = ledemaat, asana = houding, sa = met, salamba = ondersteund, sarva = alles, sarvanga = lichaam).

De kracht van de omkering

De figuur hieronder toont de Salamba Sarvangasana in de vorm van een lijn- en draadfiguur. In tegenstelling tot de Kaarshouding, is het de bedoeling dat we ons lichaam gestrekt zoveel mogelijk verticaal brengen.

Een schematisch tekening van de Salamba Sarvangasana.

De voorwaartse buiging verschuift dan, naar de overgang tussen bovenrug en nek. Het is niet de bedoeling dat we de asana rechtstreeks op het gras maken. De huid van onze nek is daarvoor te kwetsbaar. De symbolische, groene grasjes duiden zowel de positie van de ondergrond als het naturisme.

Het tijdelijk keren van ons lichaam en daarmee het veranderen van de druk in onze vaten zit diep in de traditie van Yoga. We plaatsen deze houdingen in haptoyoga binnen de verzameling Keerling. Bij Keerlingen moeten we even oppassen als er mee beginnen, want we nemen de Keerling aan om de bloedvaten via de bloeddruk met behulp van de gravitatie te oefenen. Bij duizeligheid keren we rustig terug naar de horizontale positie. Dan blijven we nog even in Vloerhouding liggen. Dit geldt ook na het lang aannemen van de Salamba Sarvangasana.

Verder is het verstandig een voorwaartse buiging (of een serie voorwaartse buigingen) te compenseren met overeenkomstige achterwaartse buigingen. Hebben we de Salamba Sarvangasana onder de knie dan kunnen we naar de Niralamba Sarvangasana kijken.