Yogahoudingen

De Eka Pāda Rāja Kapotāsana

Als we de Saral Hasta Bhujangasana en de Hanumanasana losjes zonder inspanning kunnen uitvoeren, zou dit de volgende uitdaging kunnen zijn. We beginnen met het aannemen van de Hanumanasana. Vervolgens leggen we het naar voren strekkende been in een halve Lotusvorm. Dan buigen we het naar achteren strekkende been. Gelijktijdig buigen we onze rug achterwaarts en pakken we over de schouders met beide handen de tenen van dat been (Eng. One-Legged King Pigeon; Ned. Volledige-Duifhouding; Sanskr. Eka = één, Kapota = duif, Pada = been, Raja = Koning; Verz. Bekkenruimer).

Als kind aanleren

De “Eka Pada Raja Kapotasana” is een intense achterwaartse buiging die we als kind reeds moeten aanleren. De grens ligt afhankelijk van de pubertijd ongeveer bij het twaalfde levensjaar. Bij onvoldoende lenigheid kan men naar de Hurk-Duifhouding kijken.

Een symbolische weergave van de Eka Pada Raja Kapotasana.

De afbeelding hierboven toont de houding in een puur zijaanzicht. Het is de bekende symbolische weergave. De tweede arm wordt verondersteld  — zich te bevinden —  achter de voorste arm; ook die hand pakt de tenen, danwel de voorste arm. Het is niet de bedoeling het bovenlijf naar de zijkant (voorkant op de afbeelding) weg te draaien. Een eventueel alternatief bij een knieprobleem is de Valakhilyasana.

In de onderrug stuikt deze asana het intenst. We moeten deze stuiking goed in de gaten houden. Overdreven langdurig stuiken geeft een risico op blessures. Aan de andere kant is strekking nodig om lenigheid te behouden. Deze strekking voelen we in de buik en bij het borstgebied. Brengen we het hoofd achterover dan worden zowel de stuiking als de strekking geïntensiveerd. Ook moeten we letten op de belasting van het kniegewricht in de Halve-Lotus. Hier zou een yogaknietje kunnen ontstaan. We kunnen eventueel de houding met een gestrekt been maken.