Vrijheidskwartier - roman...

29a. Carnaval maak er een feest van

De wanhoop nabij

Joop Schoenmaker zit met zijn zoon Marcel aan de grote tafel in de huiskamer. Hoewel hij voelt dat hij wat vaker met zijn zoon van man tot man moet praten kost het hem moeite, want opvoeden in deze snel veranderende maatschappij is niet makkelijk. Hij begint het gesprek met: ‘Zo ge hebt verkering jong. Dat wist ek'nie!’

Marcel kijkt om zich heen. De sfeer van het altijd zo vertrouwde huis is ineens zo anders. Alles is depri; het bruine behang, ouderwetse, bruin gebeitste meubels en het huilende zigeunermeisje aan de wand. Er is zoveel fijns gebeurd, maar het lijkt net een droom. Hij weet dat het er nu op aan komt.

Hij heeft genoten van het samenzijn met Iris, maar nu moet hij er voor uit komen, dus begin hij stamelend met: ‘Het was's al even aan; meer gewoon wat sjans. Een meisje uit de klas. Paps, ze heet Iris en nu is het echt serieus.’

Meneer Schoenmaker kijkt zijn zoon aan met een blik van weet-je-wel en zegt: ‘Hoe komt u't zo rap? Is dat nie een bietje te vroeg manneke?’ achteraf betwijfelt hij zijn benadering. Hij wil zijn jongen ook niet van hem vervreemden. Je hoort wel vaker dat tieners weglopen.

Deze vraag had Marcel niet verwacht. Hij zit er mee in zijn maag. Daarom kijkt hij deemoedig naar beneden als hij zijn schouders ophaalt en zegt: ‘Nou en?’

‘Wa's dat een schoon hangerske. Laat dat dingske u'ns zien?’

Marcel haalt het kettinkje van zijn hals. Kijkt zijn vader aan en zegt hij onderwijl hij het kleinood in de hand van zijn vader legt: ‘Van Iris gekregen.’

‘Domme, da's nog echt goud ook!’ zegt meneer Schoenmaker verbaast. ‘Zo'n dingske maakt algauw 'n paar honder d'euro. Hoe komt ge d'r'an?’

‘Beter gezegd we hebben hangers geruild. Het is het naturisten symbooltje,’ voegt Marcel aan zijn verklaring toe. Hij vreest dat ook deze verklaring onvoldoende zal zijn.

Meneer Schoenmaker speelt met het kettinkje in zijn vingers als hij verder gaat met: ‘Hoe komt ge'rbie, om zomaar met dat wichtken 'r vandoor te gaan. Ons moeder met het eten laten zitten en dan des anderen daags weder te komen opdagen. Is die'n Iris dat wel waard?’

Marcel is inmiddels opgestaan. Dit klinkt niet goed. Hij weet niet wat hij nu aan zijn vader heeft en vreest naar boven te worden gestuurd. Hij haalt alle moed bij elkaar en zegt: ‘Jawis, Iris is een mieterse meid!’ Hij voelt de dwingende ogen van zijn vader; zoekt naar woorden; de juiste woorden... ‘Goed ik ben verliefd; vlinders in mijn buik! Enne...’

‘Eén schone deerne; dan leupt mijn stoere vent in zeven sloten te gelijk,’ vult meneer Schoenmaker in. ‘Enne kiek ons's aan. Wat doet die'n scooter ien't kot?’

Marcel is de wanhoop nabij. Begint hij ook nog over die brommer te zeuren. Wat moet ik nou! Hij stampt met zijn voet op de vloer en zegt: ‘De brommer kan me niet schelen, maar ik wil Iris echt niet kwijt!’ en hij vraagt dan vertwijfeld: ‘Hebben de ouders van Iris dan niet gebeld?’ in afwachting...

Die kleine wijsneus toch!

Fatima heeft Marianne op bezoek; zo'n moment van even bijkletsen. Na twee dagen brainstormen met haar baas en diverse gasten, kan dat heel ontspannend zijn. Ansje zit aan de grote tafel te tekenen. Het Bijbelse verhaal van school biedt de nodige inspiratie. Coen is nog bij het beachvolleybal. Buiten onttrekt een aankomende sneeuwbui het laatste kleurende schemerlicht. Gelijk met het losbarsten van de bui wordt het echt donker. De tegenstelling tussen binnen en buiten worden er door versterkt en daardoor is het binnen extra knus. Zo-nu-en-dan rammelt de wind met de ruiten.

Fatima kijkt Marianne aan en zegt: ‘Ik heb thee gezet, want al die koffie hangt me de keel uit!’

‘Bij de krant hebben ze me ook al vol gegoten met koffie, dus is thee prima,’ antwoordt Marianne.

Fatima schenkt de dampende thee in en vraagt: ‘Meid, hoe is het afgelopen bij de krant?’

‘Goed, ik heb een vaste, dagelijkse column!’ zegt Marianne verheugd.

‘Gefeliciteerd meid!’ zegt Fatima meelevend.

Het is de inleiding tot het uitwisselen van de gewone dingen des levens, ofwel wat we in het algemeen verstaan onder praten over koetjes en kalfjes; gekeuvel. Fatima gaat ondertussen rond met chocolade zeebanket, dat ze van haar baas heeft gekregen. Ansje krijgt haar chocolaatjes op een schoteltje met een servetje erbij, want bruin is niet echt haar lievelingskleur. Die chocoladevlekken kunnen een hele tekening bederven.

Ansje neuriet zachtjes van inspiratie. Ze heeft duidelijk plezier in haar werk. Het is een vorm van achtergrondmuziek bij deze gezellige uitwisseling van ditjes-en-datjes tussen Fatima en Marianne. Zo verglijdt met gezelligheid de tijd. Er heerst een sfeer van vredigheid. Dan onverwacht gaat de zoemer van de buitenbel.

Fatima doet open. Het is imam Hassan die de huiskamer binnenkomt. Er ligt nog een beetje sneeuw op de tulband met puntmuts van de eerwaarde. ‘Goedenavond,’ zegt imam Hassan. Dan richt hij zich tot Ansje met: ‘Wat ben je mooi aan het tekenen Ansje!’

Ansje legt haar tekening uit. Dan volgt de hele stapel tekeningen met verhalen uit het oude testament.

Omdat ze uit beleefdheid denkt aan opstappen, onderbreekt Marianne haar dochter met: ‘Wijsneusje van mij, moet je dat niet aan de dominee vertellen?’

Ansje reageert pardoes met: ‘Nee mamma. Ze vertellen allebei over de zelfde God. God is toch zijn voornaam en Allah zijn achternaam.’

‘Meid, de uitspraak van de kleine salika snijdt zeker hout.’ zegt Fatima serieus.

‘Een salik is een yogi,’ geeft imam Hassan aan en hij gaat verder met: ‘Je hebt een wijze dochter Marianne, een voorbeeld voor al die grote mensen die elkaar om deze zaken in de haren zitten. Het is zo'n verhaal dat ik goed voor een preek kan gebruiken. Dit maakt mijn hele dag goed,’ zegt imam Hassan.

Dan richt imam Hassan  — voor de laatste tekeningen —  zijn aandacht weer op Ansje. Fatima schenkt Marianne een nieuwe kop thee in, zo rollen de beide dames weer in hun vanzelfsprekende babbels. Het gezellige geroezemoes is hersteld en wordt slecht onderbroken door de wind die af-en-toe rammelt met de ruiten.

‘Ik ben benieuwd hoe Iris het er vanaf brengt. Ze heeft haar nieuwe vriendje over de drempel gekregen. Vanavond is het uur van de waarheid, ofwel de confrontatie met zijn ouders,’ zegt Marianne.

Fatima haakt daar op in met: ‘Ze heeft gisteren tijdens de dansles  — samen met haar nieuwe vriend —  echt genoten, dat kan niemand haar meer afnemen,’ zegt Fatima.

‘Dat wel, maar ouders die jong geluk afwijzen kunnen veel verdriet veroorzaken,’ antwoordt Marianne bezorgd. Haar nichtje is haar dierbaar.

‘Ik voel dat het goed komt,’ zegt Fatima.

‘Je, zegt dat de laatste tijd wel vaker. Meen je dat nou echt?’ vraagt Marianne.

‘Ik kan het niet goed verklaren, maar het voelt dat het goed komt. Als ik dat gevoel heb komt het meestal uit! Het is net zo iets als het weghalen van pijn met mijn handen. Marcel is trouwens een leuk joch. Ze passen echt bij elkaar die twee,’ zegt Fatima.

Omdat Ansje in de kamer zit gaat Marianne niet verder hier op in en ze zegt: ‘Ja het is een fantastisch stel, die twee.’

Ondertussen heeft imam Hassan zich uitgekleed en voegt hij zich bij de volwassenen. ‘Fatima, ik ben maar zo vrij geweest om een handdoek van de stapel te pakken,’ zegt hij.

‘Goed!’ zegt Fatima: ‘Wil je thee Hassan?’ vraagt ze dan.

‘Graag,’ zegt Hassan en hij gaat verder met: ‘Wij hebben afgesproken dat als ik mijn kleren afleg ik daarmee tevens mijn titel op de plank leg. Ansje kent mij al van school en u bent dus de moeder van Ansje? We hebben elkaar al op diverse vergaderingen gezien, maar laat ik me toch maar even volledig voorstellen: Hassan El-Hakim.‘

Marianne neemt de man in zich op. Ook zo zonder kleren is hij een imponerende verschijning. Ze stelt zichzelf voor met: “Aangenaam; Marianne Bosch, ik ben de buurvrouw van Fatima en de moeder van Ansje en Coen. Maar laat dat ‘u’ maar weg. Jij doet dus dat gezamenlijke project met dominee Poortvliet?”

Hassan kijkt Marianne aan en zegt: ‘Ja het was een idee van juf Mieke om voor de klas gezamenlijk op te treden en dan de rollen zo-nu-en-dan te verwisselen. Dus daarin vertel ik dan de Bijbelse verhalen en collega Poortvliet vertelt verhalen uit de Suna, ofwel de islamitische overlevering. Ik moet niet de indruk geven, dat het overal zo makkelijk ligt. Op het moment is de naturistische school de enige plaats waar ik zo'n experiment aandurf.’

Marianne reageert met: ‘Je wijst op die rellen van eind vorig jaar?’

Hassan wikt en weegt zijn woorden voor hij antwoordt met: “Niet alleen; er ligt een onderhuidse spanning. Veel mensen kunnen de grote cultuurverschillen niet aan. ‘Het Vrijheidskwartier’ staat hier eigenlijk zo'n vijftig jaar of zo te vroeg. Bovendien carnaval zou een aanleiding kunnen zijn voor nieuwe rellen. Laten we we hopen dat ze uitblijven.”

Op het neuriën van Ansje na is het even stil. Een moment later rammelt de wind met de ruiten. De kaarsen flakkeren op de salontafel.

Vervolgens zegt Fatima: “De geschiedenis zal daar eens over oordelen. Met dergelijke beweringen blokkeer je iedere ruimte voor een positieve ontwikkeling. Is niet het simpele feit dat er zoveel islamitische kinderen op ‘de naturistische school’ zitten een positief teken voor de integratie?”

Hassan kan niet anders dan de bewering van Fatima beamen. Aan de andere kant kan hij de grote tegenstellingen niet ontkennen. Hij hoopt met Fatima, dat het allemaal goed komt. Toch zijn het niet de dwazen die hun ogen voor de werkelijkheid sluiten?

Wordt vervolgt met: 30. Het kan soms verkeren.