Vrijheidskwartier - roman...

29. Carnaval maak er een feest van

Inmiddels was de winter even tanende. ‘Het Vrijheidskwartier’ maakt zich op voor een groots carnaval feest. Dat is maar goed ook, want de winter dreigt nu volgens de voorspellers echt door te gaan zetten. Buiten ligt al zeker twintig centimeter sneeuw, wat in jaren niet is voorgekomen.

Omdat hun nieuwe appartement daartoe de mogelijkheid zou bieden, stond voor Sita vast, dat ze huiskamerlessen haptotantra wilde binnenhalen. Met Annie ging daar nog menige discussie aan vooraf. Nu is het zover, over nog geen half uur zullen de eerste cursisten binnen komen. Annie is zenuwachtig, want ze heeft straks haar zangkoor, ze is al laat en bovendien is het glad, want de winter wil nog steeds niet wijken.

‘Succes, en tot vanavond meid,’ zegt Annie terwijl ze Sita en vluchtige zoen geeft. Dan rent Annie naar beneden de Sneeuwstorm tegemoet. De houten trap die naar de benedenhal lijdt kraakt. Vervolgens valt de buitendeur met een bons dicht.

Sita verlaat het bovenhalletje en gaat naar de keuken om theewater op te zetten, dan passeert ze het halletje weer en steekt de kaarsen op de salontafel in de kamer aan. Ze kijkt tevreden naar de flakkerende vlammetjes in de plasmakachel. Zonder die extra kachel  — naast de centrale verwarming —  had ze het met dit klote weer waarschijnlijk niet warm kunnen krijgen. Bovendien is er een gevoelsmatig effect!

De fluit van de waterketel, de halbel, de telefoonpiep, de deurbel  — alles gelijktijdig —  even weet Sita niet wat ze eerst moet doen! Gespannen rent ze de krakende trap af om open te doen. Het is Tanja die even te vroeg binnenkomt; haar dikke winterjas nog wit van de sneeuw, ondanks dat ze die in het trappenhuis heeft trachten af te schudden.

‘Hallo, ik zal je zo maar niet omhelzen Sita,’ zegt Tanja terwijl Sita haar dikke winterjas aanpakt. Tanja gaat zitten op de rieten stoel en begint haar laarzen uit te trekken.

‘Fijn dat je bent Tanja,’ reageert Sita.

’Waar kan ik me uitkleden?’

‘Kijk hier,’ ze schuif een grote gangkast open in de hal. Er toont zich een ruimte met kleerhangers zoals je die in een zwembad zou verwachten. ‘De grote huiskamer is boven, want die ligt boven de ingangspoort,’ zegt Sita.

Even later in de warme huiskamer omhelst Sita Tanja. Het is werkelijk verrukkelijk om elkaar naakt te begroeten. Zo kom je even dichter bij elkaar.

‘Zijn mijn handen niet koud,’ zegt Tanja bezorgd.

‘Nee meid, maak je niet druk ik wil je helemaal voelen. Bovendien op mijn billen voelen je koude handen verrukkelijk,’ reageert Sita terwijl ze op het punt staat Tanja een paar dikke pakkers te geven. Dan volgt er een moment van huid tegen huid — zo'n moment van heel dicht bij elkaar zijn; waar het verlangen is, dat de tijd doet stil staan...

Zo vult zich de huiskamer gestaag met cursisten. Sita schenkt thee in en loopt dan weer weg om de telefoon te beantwoorden.

‘Ik ben benieuwd wat onze swamini er van gaat maken,’ aldus tracht Anna een opening tot een conversatie neer te leggen.

“Je hebt te veel Oosterse yogaboeken gelezen. Die titel ‘swamini’ wil Sita zeker niet horen!” zegt Tanja.

‘Sita is toch Hindoe,’ oppert Anna en ze nipt aan haar theekop.

Arnold zet na een slok zijn theekop neer en reageert met: ‘Ja, maar ze houdt niet van die opsmuk. Bovendien is haptoyoga een Westerse vorm, die geheel los staat van het hindoeïsme.’

‘Anna, is het spannend, omdat je nieuw bent in deze groep?’ met deze vraag tracht Tanja juist die spanning wat te ontladen. Dan zet ze haar kop aan haar lippen voor een slokje.

‘Ja, nu ik hier zit komt het wel wat op me af,’ geeft Anna toe.

‘Anna, heb je bewust gekozen voor bloot yoga,’ vraagt Arnold.

‘Nee, maar ik ben net verhuist voor mijn werk en dit is de enige cursus yoga dichtbij waar nog ruimte was. Bovendien ga ik wel eens naar de sauna, dus dat blote schrikt me niet echt af.’

‘En zo'n huiskamergroepje?’ vraagt Tanja.

‘Ik weet het nog niet! Ik heb tot dusver alleen les in een zaal gehad,’ reageert Anna.

Dan komt Sita binnen met een nieuwe pot thee voor na de les. Ze plaatst de thee onder de muts en zegt: ‘De anderen zijn ziek, dus hebben we vandaag maar twee vloerplekjes nodig.’

‘En Arnold dan?’ vraagt Anna.

‘Arnold is mijn lesassistent,‘ zo vult Sita aan terwijl ze het afdeklaken weg haalt en ze gaat verder met: ‘Anna jij kunt bij Tanja wat afkijken, dan wijst het verder vanzelf.’

‘Jij moet met je hoofd naar de ander kant gaan liggen Anna,’ zegt Tanja en ze gaat ondertussen alvast op haar rug liggen; voor haar is dit niet nieuw; ze heeft al veel vaker zo'n haptoyogales meegemaakt.

‘Met lekker languit en je kijkt naar wat je ziet met dichte ogen,’ uit de mond van Sita start de les...

In de koffiebar

Het is stil in het appartement. De les is voorbij en de cursisten zijn naar huis. Annie kan zo thuiskomen. Sita voelt zich opgelucht, dat bij deze eerste officiële les bij haar thuis alles goed is gegaan. Vooraf was ze nogal gespannen, al wilde ze dat toen aan zichzelf niet toegeven. Ze loopt naar het raam. Het sneeuwt nog steeds. Als dit zo doorgaat wordt het sinds jaren weer een strenge winter. Het spel van de wind en de sneeuwvlokken boeit haar. Langzaam plakken de vlokken de randen van de ruiten dicht. Aan de overkant licht het gebouw van de ‘Jezus Jeugd’. Deze winter is beslist vroeg rond Divali al begonnen. Divali is allang gepasseerd en het feestseizoen van de wintermaanden is op carnaval na voorbij.

Sita heeft altijd wat problemen gehad met deze tijd van gezelligheid. Het zijn haar feesten niet, bovendien klitten de Hollanders, dan bij elkaar. Voor een eenzame studente, die hard moet leren en daarnaast nog moet werken  — om de studie schuld laag te houden —  is het een tijd van afzien en eenzaamheid. De laatste maanden in ‘Het Vrijheidskwartier’ waren duidelijk anders. Hier zijn de mensen meer open. Annie heeft op haar eigen manier de vastentijd beleeft. Carnaval gaat hier een geweldig feest worden. Toch verlangt ze naar het voorjaar. Ze droomt weg in haar herinneringen en het begin van haar relatie met Annie. De eerste echte ervaring met het Christendom van Annie was niet zo positief. Ze was met Annie mee naar de koffiebar om een film te bekijken. Niet voor haar zelf, maar gewoon mee met Annie — gezellig samen: “Annie is even naar het toilet en de koffie was nog heet genoeg om je tong te verbranden, toen een meisje aankwam met de confronterende vraag: ‘Geloof jij in Jezus?’

‘Nee, ik ben een Hindoe!’ was het rappe antwoord van Sita, want ze is gewoonlijk niet op haar bekkie gevallen.

‘Maar Jezus red!’

‘Oh ja?’

‘Ja — zonder Jezus ga je verloren.’

‘Ik kom hier, om met mijn vriendin naar een film te kijken en niet om bekeerd te worden,’ zegt Sita nogmaals maar nu op beleefde doch duidelijke toon.

‘Je weet niet wat je zegt, je hart is in de macht van de duivel!’

‘Bij Ganesha, laat me met rust slet!’

‘Je moet je hart aan Jezus geven, want hij is de weg en de waarheid.’

‘Ik vertrouw mijn hersens liever aan Ganesha toe, zodat ik niet zo stom omga met mensen als jij. Laat me met rust!’ bijt Sita de broodmagere puber toe.

‘Je weet niet wat je zegt als j' je niet eerst aan Jezus geeft. Ik was ook in de zonde.’

‘Puistenkop laat me met rust!’ reageert Sita nu met stem verheffing, want ze voelt zich nu echt ongemakkelijk. Waar blijft Annie nou?

‘Je moet open staan voor een discussie,’ bemoeit een bink  — die kennelijk bij de puistenkop hoort —  tot overmaat van ramp er zich ook nog mee.

‘Jezus geeft je nieuw leven,’ zegt een ander meisje terwijl ze ijverig in haar bijbel bladert in de verwachting een goed citaat te vinden.

‘Het staat allemaal in de bijbel,’ voegt nog een ander en aan toe.

‘Dat is de Waarheid — de enige Waarheid.’

‘Ja een cultus van bloed en mensenoffers, Abraham die bereid is zijn eigen zoon te offeren en een God die dat  — zo'n duizend jaar later —  nog uitvoert ook!’ zegt Sita in een poging de discussie te smoren, maar dat had ze niet moeten zeggen want, het was olie op het bekeringsvuur.

‘Maar jij gelooft in vele nepgoden die niets voorstellen,’ reageert de bink, die kennelijk wel een iets heeft opgevangen over het hindoeïsme.

‘Dat ... is niet waar, ik geloof in de eenheid van Al wat is,’ zegt Sita in een poging een onwaarheid te weerleggen. In een ooghoek ziet ze dat Annie terug komt. Het geeft haar moed.

‘Maar...’

‘Niets te maren!’ zegt Annie, die inmiddels naast Sita is komen zitten en innig een arm om haar heen slaat: ‘Jullie zijn bezig mijn vriendin geestelijk te verkrachten ... jullie zijn Jezus niet waard!’ Annie kust Sita teder. Tong zoekt tong. Het is even muisstil in de koffiebar...” Sita hoort de deur piepen; het is Annie, die de huiskamer betreedt...

Wordt vervolgt met: 29a. De wanhoop nabij.