Vrijheidskwartier - roman...

27b. Stevig onder de plak?

Een functioneringsgesprek

Fatima is net in het ziekenhuis geweest. De berichten zijn goed. Er zijn geen redenen meer, waarom ze niet aan het werk kan. Ze is blij dat de waarschijnlijke hartaanval geen aantoonbare schade heeft nagelaten. Ze zit in het kantoor van Dick achter een kopje koffie. Dick komt zo hij moet nog even een telefoontje plegen. Dat is meestal zo, want hij heeft het over het algemeen gewoon te druk.

Dat is ook te zien aan het te kleine kantoor. De grote tafel ligt vol met tekeningen; de uitbreiding van ‘Het Vrijheidskwartier’. Verder liggen overal stapels papieren. Het duurt weer langer dan verwacht. Ze had beter een boekje mee kunnen nemen. Fatima staat op en kijkt naar buiten. De schade in de winkelstaat beneden is nu geheel herstelt. Het winkelend publiek wordt al weer aardig actief. Daar beneden is het een bonte drukte. Er valt zo van boven altijd wat te zien. Bij de tramhalte aan de overkant stopt net een tram; er komt een hele stroom mensen uit.

Dick komt schuin achter Fatima staan en legt even een hand op haar schouder. Bijna gelijktijdig zegt hij: “De open winkels werken goed. De integratie van ‘Het Vrijheidskwartier’ gaat dus veel sneller dan verwacht.”

‘Mooi zo,’ zegt Fatima en ze vraagt: ‘Dick, zijn er nog meer winkels die een aanvraag hebben lopen voor een opening naar de textielzijde?’

‘Ja, de bakker wil nog voor carnaval verbouwen,’ antwoordt Dick.

Ondertussen gaat Fatima aan de kleine tafel zitten, waarbij ze haar zitdoek sierlijk op de stoel zwaait en ze vraagt: ‘Kan dat wel zo snel?’ en ze voegt er aan toe: ’Ik bedoel in verband met de vergunningen.’

Dick neemt de plaats tegenover Fatima in en kijkt haar aan met: ‘Gelukkig hebben we dat proces ruim te voren in gang gezet. Je ondersteunt je huurders en besturen is vooruitdenken, dus is de vergunning gisteren binnengekomen. Maar nu een andere vraag. Hoe is het in het ziekenhuis gegaan?’

Fatima glimlacht en zegt: ‘Dat is nog meer goed nieuws. Die opstandige hartcellen waren al weggebrand. Bij deze controle konden ze geen opstandigheid meer vinden! Er is geen enkel beletsel meer. Ik kan dus weer aan mijn conditie gaan werken.’

Voor Dick klinkt dit als muziek in zijn oren. “Dus ik zie je binnenkort weer in ‘Club Oase’ dansen? Of hebben de intense ervaringen je van mening verandert?” gaat Dick verder.

‘Je bent bang voor een bekering?’ zo daagt Fatima hem uit.

Dick kent die uitdagende toon in haar stem, dus gaat niet echt op de uitdaging in met: ‘Hoe zo?’

“Laat ik je maar niet in spanning laten. Ik heb moreel niets tegen de softerotische acts. Daar is ook niets aan verandert. Bovendien mis ik het podium ik vindt het dansen in ‘Oase’ veel te leuk!” zegt Fatima serieus.

‘En de cursus bio-dance?’

‘Die kan gewoon door gaan!’

‘Oké’, Dick gaat dan verder met: ‘Ik ben blij dat, dat gedonder rond terrorisme geen echte schade heeft opgeleverd,’ hij zucht; dan gaat hij verder luchtig door met: ‘Onze website was dit weekend gekraakt. Eén of andere gek had er harde porno opgekwakt, waardoor het domein dan automatisch weer achter de porno-muur verdwijnt. Er zijn lui die dat schijnbaar lollig vinden. Maar tussen twee haakjes wil jij nog koffie? En ik heb ook nog gebak. Het komt van de bakker; in verband met die vergunning.’

Fatima vraagt zich af hoever het alternatief  — voor de porno-muur —  van het bedrijf Frits is. Ondertussen loopt de lichaamstaal van Fatima voor op het antwoord: ‘Beide graag!’

Fatima laat zich bedienen. Dick verdwijnt in het keukentje. Ondertussen kijkt ze losjes rond. Het kantoor gaat al aardig op een magazijn lijken. Voor al die werkzaamheden is het gewoon te klein. Vanuit de keuken gaat zijn stem verder met ditjes en datjes. Zij luistert en roep zo nu en dan wat terug. Hij heeft kennelijk behoefte aan conversatie. Even later komt Dick terug met twee gebakjes op schoteltjes. Hij gaat terug naar het keukentje en komt dan met komt de koffie. Fatima roert in haar in haar koffiekopje. Ze laat het lepeltje klingelen. Dan zet ze haar vorkje in het gebakje. Ondertussen kijkt ze naar Dick. Zijn gezicht toont duidelijk de sporen van vermoeidheid en dat in de morgen.

Na de koffie opent Dick een mapje met papieren en zegt hij ‘Fatima Tahir dit is het officiële gedeelte van dit functioneringsgesprek.’ Hij bladert even in de papieren dan zegt hij: “We zijn zeer tevreden Fatima. Je bent een zeer gewaardeerde medewerker binnen de ‘B.V. Vrijheidskwartier’ met hoge inzet. Als er pech of tegenslag is weet je dat zonder uiterlijke kenmerken van stress soepel op te lossen. Je hebt aandacht voor de problemen van je collega's. Dat je naast de vaste taken als vrijwilligster inzet voor innovatieve projecten, wordt door iedereen ontzettend gewaardeerd. Ze zien je als het zonnetje in het bedrijf. Dus vinden je collega's unaniem dat je die extra bonus hebt verdiend,” en tenslotte vraagt hij: ‘Heb je zelf nog een reactie?’

‘Nee, niet echt; ik ben verbaast dat mijn collega's zo positief tegen me aankijken,’ zegt Fatima bescheiden.

‘Ga dan zo door; zou ik zeggen. En daarmee sluit ik, tenzij jij nog een opmerking hebt dit officiële gedeelte af en vervolgens wil ik het over de carnavalsplannen hebben,’ zegt Dick.

“Ik hoorde dat je meer met ‘Club Oase’ wilt doen,” zo geeft Fatima de eerste aanzet.

“Ja, als ik naar de boekingen kijk hebben we bijna alle deelnemers aan de intieme groepen in huis. Zoiets is nog niet voorgekomen. Het een unieke kans om ook de hedonistische kant van ‘Het Vrijheidskwartier’ wat te promoten.”

‘Hoe is het gegaan met de werving van gangmakers?’ vraagt Fatima.

‘Redelijk, we hebben weer een flinke lijst met potentiële stellen, maar we zoeken nog meer gegadigden. Binnenkort is er weer zo'n introductie-avond,’ geeft Dick aan.

Zo praten ze verder. Er komen ideeën boven en er worden ideeën verworpen. Er worden tegenstellingen geopperd; standpunten bevochten. Soms wordt er zelfs ruzie gemaakt; bijgelegd. Ondertussen loopt de klok aan de wand gewoon door, zonder dat er ogen zijn die een blik in die richting werpen. Het geroezemoes van buiten geeft aan, dat er al flink wat tijd is verstreken. De ochtenddrukte in de winkelstraat is nu op z'n hoogst. Weldra volgt de relatieve stilte van de middagpauze.

Het is die stilte die Dick het besef van tijd teruggeeft. Hij werpt een blik op de klok en zegt: “Ik denk dat we aardig creatief bezig zijn geweest. We kunnen dit materiaal uitwerken en dan in een werkgroep inbrengen. Ik heb honger; laten we samen een hapje gaan eten in ‘De Koffieboon’. Bovendien heb ik daar vanmiddag om twee uur een afspraak met de wethouder over het heikele onderwerp integratie en ik zou het wel leuk vinden als je daar bij zit.”

Wordt vervolgt met: 28. Dan toch lekker stiekem.