Vrijheidskwartier - roman...

27a. Stevig onder de plak?

De zoete instuif

Dat Fatima weer terug is, is blijkbaar als een lopend-vuurtje door ‘Het Vrijheidskwartier’ gegaan. Die rustige oudejaarsavond kan Fatima wel vergeten. Gelukkig neemt iedereen versnaperingen mee, zodat er geen tekort ontstaat, maar integendeel een heel assortiment aan oudejaarsgebak aanwezig is. Sandra haalt samen met buurvrouw Marianne extra stoelen op, want er zitten ondertussen al heel wat gasten op de grond en niet iedereen is zo lenig dat lang op de grond zitten prettig is. Daniëlle heeft haar rol als serveerster al snel gevonden. Ze manoeuvreert haar dikke buik samen met een dienblad handig tussen de gasten door.

Er wordt dus feest gevierd; de hoogte- en dieptepunten van het afgelopen jaar gaan herhaald over de tong, want het gezelschap wisselt regelmatig van samenstelling. Het geroezemoes van de conversatie, overstemt veelal de vuurwerk knallen buiten. Een enkele dreun dichtbij echter trekt de aandacht. In dat geroezemoes zou de opmerkzame buitenstaander echter de stem van Fatima missen. De anders zo praatgrage Fatima is veel stiller en bedachtzamer geworden. Bovendien moet ze wennen aan zoveel mensen. Voor haar is het masker, dat mensen veelal dragen wat vervaagt. Ze hoeft zich maar op de ander te richten en ze voelt de pijn van het leven die de ander draagt. Ze probeert zich wat af te schermen voor al die indrukken. Met zoveel mensen om haar heen voelt het allemaal zo onrustig. Dus probeert ze door een meditatieve instelling de rust in zichzelf te hervinden. Het is moeilijk om die met aandacht voor anderen te combineren. Zo merkt ze niet eens dat Els naast haar komt zitten...

Els legt een hand op de rechter schouder van Fatima en zegt met haar melodische stem: ‘Zo ken ik mijn ex-cursiste niet!’

Fatima kijkt op en zegt: ‘Je hebt gelijk er is te veel in een korte tijd gebeurd. Kom maar eens even mee naar de keuken,’ en ze staat op om zich in de richting van de keuken te begeven.

Els volgt Fatima naar de keuken. Ze kijken elkaar aan; blauw in bruin en bruin in blauw. Even staat de tijd stil; een moment van verstaan zonder dat daar woorden voor nodig zijn...

‘Els, je hebt je linker pink gekneusd,’ zegt Fatima.

‘Ja, ik ben een week geleden met de fiets gevallen. Het is al weer bijna over.’

‘Geef eens hier?’

Els steek Fatima haar hand toe. Fatima neemt, die hand een minuutje in haar handen en richt haar aandacht op Els...

Dan laat ze de hand weer los. ‘Beweeg je pink eens, Els?’

‘Het is weg!’ zegt Els verbaast.

‘Ik heb een bijna-doodervaring gehad; dus het is een cadeautje van hierboven. Ik moet er nog even mee leren omgaan. Daarom ben ik wat teruggetrokken. In een gezelschap komen er gewoon wat te veel indrukken op me af!’

‘Weten de anderen het al?’ vraagt Els met muziek in haar stem.

Boven de neus van Fatima ontstaat een verticale groef: ‘Gelukkig niet; alleen Sandra weet iets. Ik heb in die korte tijd zoveel ervaren, dat ik het eerst zelf moet verwerken voor ik weet wat ik kan vertellen. Misschien is dat wel asociaal, maar ik kan niet anders. Ik weet niet eens de woorden te vinden!’ antwoordt ze met stembuiging.

‘Maak je daar niet al te druk om! Het viel de anderen niet eens op. Ik heb alleen een iets betere neus voor dat soort zaken, maar als je wil praten dan ben ik er voor je,’ antwoordt Els.

‘Bedankt Els,’ zegt Fatima.

De rust van de keuken voelt weldadig. Toch besluit Fatima dat ze haar gasten niet lang alleen kan laten. Eerst ruimt ze nog even het aanrecht op. Nu ze er toch is, kan ze het beter maar meteen even aanpakken. Els verlaat ondertussen de keuken. Even later komt Daniëlle de keuken binnen met een blad vol lege glazen, die je kunt herkennen aan hun fleurige opdruk in diverse kleuren. Handig schenkt ze weer bij.

‘Vermaakt iedereen zich wat?’ vraagt Fatima met haar hoge zingende stem.

‘Ja, het is nog steeds hartstikke gezellig, maar we missen Arnold!’ zegt Daniëlle met treurnis in haar lage stem.

‘Die zit onder de plak bij zijn Marie! Ik hoop dat hij daar niet te veel problemen krijgt,’ zegt Fatima. Haar gevoel zegt echter iets anders. Het is een zwaar gevoel; de duiding daarvan is nog onzeker.

Het is inmiddels al tegen twaalf uur, dus gaat Fatima naar de kamer om gezamenlijk het oude jaar af te tellen. Ze zet het scherm aan op een aflopend oudejaarsprogramma, waardoor de 3D-openhaard verdwijnt. Het was voor Fatima het jaartje wel. Haar hele leven werd omver geworpen. De klok op het scherm staat op vijf voor twaalf. Fatima hoopt, dat het nieuwe jaar meer rust en evenwicht brengt. Langzaam tikt de klok de laatste minuten en dan seconden weg. Met het vuurwerk op het scherm volgt de toost op het nieuwe jaar. Dan komen de wensen en de knuffels. De verjaardag van de tijd is begonnen en daarmee ligt de toekomst voor ‘Het Vrijheidskwartier’ open...

Een andere vorm van vervoer

In ‘Club Oase’ na de knuffels  — met de beste wensen voor het nieuwe jaar —  en een saunagang gaat Sita op een rustbank zitten. Ze kijkt een tijdje geboeid naar het neukende stelletje in de glazen cabine voor haar; hun standjes zijn educatief. Dan nestelt Sita zich met de roman Taboe. De tekst gaat verder met: “De legerboerderij was kennelijk veroverd, geplunderd en nog voor er grote schade was aangebracht weer hals over kop verlaten. Onze vijf deserteurs onderzoeken het gebouw zorgvuldig op aanwezigen, maar het gebouw is verlaten.

‘Pas op; het voedsel kan bewust vergiftigd zijn,’ zegt Fanat met bezorgdheid in zijn stem. Fanat is vanzelf de leider van de groep geworden. De anderen accepteren zijn natuurlijk gezag.

In deze hachelijke situatie vangen ze een paar huiskatten en proppen de dieren vol met voedsel. Daarna sluiten ze deze katten op in een lege kamer. Hoewel hun magen knagen van de honger, zullen ze nog uren moeten wachten voor ze hun honger kunnen stillen.

De dag is aangebroken. Omdat trekken overdag te veel risico's met zich meebrengt is voor onze vrienden de tijd van slapen en rust aangebroken.

Mirak en Fanat nemen de eerste wacht, zodat de anderen kunnen slapen. Fanat kijkt naar de opkomende zon. De oranje in de verte kleurt de bergen. Het is een vredige morgen. Eindelijk geen duidelijk kanongebulder meer. Er is slechts vaak gerommel achter de bergen. Wel laat de natuur van zich weten met draken- en vogelgeluiden. Ze hebben het slagveld nu definitief achter zich gelaten. Het kleurenspel van de opkomende zon is magnifiek. Het gaat een mooie dag worden want de hoge lucht is strakblauw.

Fanat hoopt dat ze vandaag niet ontdekt worden. Deze legerboerderij is eigenlijk een veel te opvallende rustplaats voor de dag. Hij had liever ergens anders de dag doorgebracht, maar ze konden niets beters vinden. De wachten zullen vandaag extra zorgvuldig moeten opletten. In de verte is een rookwolk zichtbaar. Waarschijnlijk staat er een boerderij in brand. De plunderingen moeten nog niet zo lang geleden hebben plaatsgevonden. Hij speurt met zijn kijker naar andere huizen en boerderijen en vindt meer rook pluimen. Ook zijn er ingestorte daken. Ze zitten hier midden in een gebied dat kortgeleden is geplunderd. Het is een wonder, dat ze vannacht geen troepen tegen het lijf zijn gelopen. Het zit Fanat nog steeds dwars, dat deze boerderij niet in brand is gestoken. Waar zijn de bewakers? Is dit een val? Worden ze gevolgd? Hij sluipt naar Mirak en wenkt hem.

‘Psst Mirak, kom eens hier!’

Mirak sluipt  — telkens dekking zoekend —  voorzichtig terug.

‘Mirak, ik vertrouw dit zaakje hier helemaal niet. Het klopt gewoon niet, dat deze boerderij niet in brand gestoken is. Het kan zijn dat we al tijden worden gevolgd en dat dit een val is,’ zegt hij fluisterend.

‘Ik heb het zelfde akelige voorgevoel,’ fluistert Mirak terug.

‘We zullen extra goed op moeten letten Mirak. En zodra de schemering valt zijn we vertrok...’ Fanat maakt zijn zin niet af. Door het krijsen in de verte kijken allebei op het zelfde moment naar de lucht.

In de verte komt een kudde smaugs aanvliegen. Deze reusachtige draken  — waarvan sommige volwassen exemplaren een spanwijdte hebben van meer dan twintig meter —  worden vaak getraind voor oorlogsdoeleinden. De grote exemplaren kunnen twee mensen door de lucht vervoeren. Door dit militaire gebruik zijn deze dieren zeer zeldzaam geworden.

Fanat duikt weg achter een voedertrog. Komen de brandschattende troepen weer terug?” Sita voelt een kus op haar schouder. Dan schuift ze de bladwijzer in Taboe want Annie spreekt haar aan.

“Sita ik heb zin om erotisch te gaan spelen, in die vrije glazen cabine. Ik heb hem al gereserveerd met mijn badlaken. We hebben niet voor niets voor ‘Club Oase’ gekozen en ze zoent Sita daarbij op haar tepel.

Sita heeft ook wel zin in een orgasme of wat. Het is goed om de sombere sfeer uit Taboe van haar gemoed af te schudden. Ze laat de roman in haar tas glijden en zoent Annie op haar mond; dat zoenen wordt tongen. Zo schuifelen ze de cabine in, waar ze knielt om haar tong over het kutje van haar vriendin te laten glijden; Oase is zien en gezien worden...

Wordt vervolgt met: 27b. Een functioneringsgesprek.