Vrijheidskwartier - roman...

26. Het heilige der heiligen

De tempelkamer is ruimer als Daniëlle had gedacht en ligt in het noordoosten van het appartement. In een ander appartement zou het een grote slaapkamer zijn geweest; groot genoeg voor een ruim tweepersoonsbed. Er hangt de geur van verse bloemen. De afbeeldingen en beelden zeggen haar niet echt wat, maar er begint iets te dagen van een project op de lagere school. Ze wijst een beeld aan op het midden van het altaar en zegt: ‘Dat moet Ganesha zijn.’

‘Besef dat de Islam de gehoorzaamheidsreligie is,’ denkt Sita. ‘Goed, dat is inderdaad Ganesha. Het is een symbool voor de wijsheid van God.’

‘Daar is tegenwoordig een groot gebrek aan,’ zegt Daniëlle en gaat verder met: ‘Overal zijn de mensen dom bezig, zoals zo'n stomme anti-terrorismewet,’ gelijktijdig biggelen de tranen over haar wangen.

Sita slaat een arm om Daniëlle heen. Ze geeft het verdriet de tijd. Het zijn van die zeldzame momenten die gekoesterd moeten worden. Ondertussen biggelen de tranen al over de naakte borsten van Daniëlle; die op haar knieën zit. Een drup van de tepel valt vervolgens op haar bovenbeen; glinstert als een parel. Haar hand veegt in een automatische beweging het kriebelende vocht weg. Sita voelt even mee; ze voelt de droefheid als een druk achter haar ogen. De tranen proberen uit te breken.

In zak en as

Het is oudejaarsmiddag, Sandra voelt zich eenzaam in het lege huis van Fatima. Het tikken van de klok versterkt dat gevoel van eenzaamheid nog. Haar vriendin ligt al drie dagen op het randje van leven en dood en ze kan niet eens op bezoek. Justitie maakt ieder kontact onmogelijk! Feitelijk weet ze niet eens of Fatima nog leeft. Het kan best zijn, dat justitie redenen heeft om het bericht van haar dood achter te houden. Dick heeft onmiddellijk een advocaat in de arm genomen. Die advocaat loopt echter vast tegen de muur van de nieuwe anti-terrorismewet. Verder heeft zijn relaties, zoals de burgemeester benaderd, maar ook die weten van niks.

Sandra zet de radio aan. Met populaire muziek op de achtergrond pakt ze de keuken aan. Ze begint met de afwas, die stond er nog staat gisteren. Even leidt het wat af. Spoedig is het aanrecht weer leeg; dan voelt ze haar oude blessure weer. De laatste tijd was die juist als sneeuw voor de zon verdwenen.

Voor Sandra blijft er slechts de pijn van een pas gevonden, wederom verloren vriendin. Ze kijkt naar buiten; voor haar ligt het mistige sneeuwlandschap. Het vuurwerk knalt aan één stuk door. In de verte dringt een enkele vuurpijl door de dunne mist. Beneden rijdt er een zwarte wagen de straat in. Die auto keert; portieren gaan open en slaan meteen weer dicht. Dan gaat zoemer van de benedenbel. Sandra is op van de zenuwen. Wie er zijn uitgestapt heeft ze niet kunnen zien, want de wagen stopte te dicht bij de gevel...

Een Verrassing voor Anga

Daniëlle helpt Annie in de keuken. Sita zou daar alleen maar in de weg lopen, dus denkt ze aan Taboe. Door de verhuizing en alle rompslomp er omheen is ze er niet meer aan toe gekomen. Ze verwijdert de bladwijzer en begint met: “Anga is nog steeds in dromenland. Cirvel tracht haar voorzichtjes wakker te maken, maar dat valt nog niet mee. Tenslotte sleurt ze het hele dekbed van het bed. De meiden stoeien om het dekbed. Anga verovert het dekbed weer terug en gooit een kussen naar Cirvel. Anga krijgt het kussen weer terug. Zo vliegt het kussen heen een weer. Ze giechelen. Het kussen raakt lek en de veren vliegen in de rondte. Als het kussen op haar afvliegt bukt Cirvel. Zo vliegt het kussen pardoes in het gezicht van Meester Agdar.

De meisjes schrikken en zijn gelijk doodstil, maar meester Agdar lacht: ‘Kom dames over een uur klinkt de gong voor het ontbijt. Jullie moeten nu echt opschieten, anders missen jullie je ontbijt,’ hij voegt de vraag toe: ‘Anga wil jij voor het ontbijt nog even, bij mij langs komen?’ en hij merkt daarbij op: ‘Ik ben op mijn kamer.’ Even snel als hij gekomen is, is meester Agdar weer verdwenen...

Na het zo goed mogelijk opruimen van hun kamer gaat Anga naar de kamer van hun begeleider.

Anga ervaart meester Agdar...

De deur van de kamer van meester Agdar staat half open. Nog voor ik kon kloppen hoor ik meester Agdar zeggen: ‘Kom binnen Anga en doe de deur even achter dicht.’ Ik sluit de zware deur bewust.

‘Ga zitten Anga.’ ‘Heb je lekker geslapen?’ ‘Of is alles nog te spannend en kon je vannacht de slaap nog niet vatten?’ zo gaat hij met vriendelijke stem verder.

Ik aarzel even en kijk naar zijn vriendelijke ogen. Ik kan er nog niet helemaal bij. Iedereen is hier zo vreselijk aardig. Het komt als een water als een waterval over me heen. Ik probeer mijn gevoel bij elkaar te rapen: ‘Aan het begin van de nacht kon ik de slaap niet vatten. Het ligt zo heerlijk zo heerlijk zacht bloot-tegen-bloot, dat het me overdonderde. Maar verder heb ik heerlijk geslapen.’

‘Ik heb wat voor je Anga. Vandaar dat ik je even me heb geroepen.’ dat hoor ik meester Agdar zeggen, terwijl hij een donkerbruin, houten kistje pakt.

Mijn ogen volgen zijn handen. Ik voel de spanning van de verrassing. Het kistje is versiert met houtsnijwerk. De symbolen zijn aan Taboe gewijd. ‘Dat mag ik als slavin niet aanraken,’ gaat er door mijn brein.

Zijn stem gaat verder met: ‘Maak maar open Anga,’ zo klinkt zijn stem en hij reikt mij het kistje aan.

‘Nee dit kan niet; ik droom weer. Ik ben maar een gewone slavin. Dit is niet voor mij bedoeld. Dit is voor Cirvel,’ mompel ik half hardop.’

‘Voor jou Anga; van ons allemaal; het is een welkomstgeschenk,’ gaat de stem van de monnik verder.

Ik weet nog steeds niet wat ik zeggen moet. Ik laat mijn gevoel maar. Dus vlieg ik hem om de de hals. Even voel ik me heel dicht bij hem en heel veilig. Ik voel de tranen over mijn wangen lopen. Ik voel zijn zachte streling over mijn haar. Verder geeft hij mij de tijd om uit te huilen. Ik voel me te gelukkig en mag niet gelukkig zijn, want ik ben ter dood veroordeeld. Hij geeft mij nog meer tijd om heerlijk uit te huilen. Dan droogt hij voorzichtig mijn tranen.

Eindelijk kan ik de woorden vinden met: ‘Maar dat kan toch niet meester Agdar. Ik ben maar een gewoon slavinnetje, dat ieder man straffeloos mag doodmaken als hij daar zin in heeft. Ik heb hier helemaal geen recht op!’

‘Kom, kom meisje; jij bent Anga een aardig meisje met een goed stel hersens. Bovendien ben je muzikaal zeer begaafd. Je mag best trots zijn op jezelf. Slaven kennen we in dit klooster niet! Je bent mens Anga een geweldig creatief mens,’ zo tracht hij me mijn zelfvertrouwen terug te geven.

In de eetzaal

Anga zwijgt even en kijk naar zijn ogen en zo in de onpeilbare diepte van jaren levenservaring. Hij geeft haar de tijd om het evenwicht te hervinden. Dan plaats hij teder het diadeem. Vervolgens spelt het diadeem vast. Met grote handigheid verzorgt hij dan de lange lokken daar onder. Dan brengt Anga zachtjes naar de grote spiegel. Ze durft amper naar zichzelf te kijken...

‘Kom Anga kijk naar je lijf. Je mag best trots zijn op jezelf. Zo ben je prinses Anga. Pak je zitsluier en geef me een hand dan gaan we naar de eetzaal, want ik heb nog verrassing voor je.

De eetzaal is nog leeg. Meester Agdar wenkt een monnik en leidt Anga het podium op en tussen de zware gordijnen door. Er staat een fantastisch ouderwets klavierinstrument. Hij ontsluit klavierdeksel van het instrument; vijf klavieren inclusief een pedaal voor de bassen.

De andere monnik brengt ondertussen de blaasbalgen op spanning, zodat het instrument tot klank kan komen. Hij blijft pompen.

Anga laat haar vingers over de toetsen glijden. Spoedig klinken er heerlijke klanken. Ze weet al snel dat dit een fantastisch. dit is. Anga gaat op de zitsluier op de simpele houten kruk zitten. Haar blote voeten voegen de lage klanken toe. Haar vingers dansen over de toetsen.

Meester Agdar schuift voorzichtig de zware rode gordijnen open. De aanwezigen in de zaal luisteren vol overgave. Langzaam vult de zaal met toehoorders.

Op naar het ontbijt

Cirvel snuffelt in de open boekenkast op hun kamer. Er staat nog een dichte kast, maar die is afgesloten. Anga is naar meester Agdar en er is nog een half uurtje voor de grote gong het gezamenlijke ontbijt zal aankondigen.

De meeste boeken zijn in leer gebonden. De ruggen zijn voorzien van in goud gedrukte opschriften. Haar oog valt op een klein in donker leder gebonden bandje, waarvan het rugschrift nog in het oude schift is.

Ze gaat met het boek op het bed zitten. Dan bladert ze door het boek. Ze moet even wennen aan het oude schrift  — dat heden ten dage in onbruik is geraakt —  voordat de betekenis van de titel haar in volle omvang duidelijk wordt. Ze kijkt aandachtig naar het versierde titelblad en leest voor zichzelf hardop: ‘De geschiedenis van de oude wereld.’

Ze bladert naar de eerste echte pagina, want het voorwoord slaat ze over. Dat is voor later. Dan laat ze haar ogen over de tekst glijden. De eerste zinnen moet ze een paar keer herlezen. Spoedig echter wennen de letters en dringt de tekst tot haar door. Ze krijgt al snel het vermoeden, dat dit een vertaling is. De oorspronkelijke tekst komt waarschijnlijk van een auteur elders in het heelal. Ze bladert terug naar het voorwoord voor een bevestiging van haar vermoedens.

Dan gaat de gong. Cirvel legt het boekje zorgvuldig op de boekenkast. Dan loopt ze naar de eetzaal. Door de open deuren van de eetzaal komen liefelijke klanken haar tegemoet. Ze herkent de muziek meteen; het moet Anga zijn die daar speelt. Maar ze heeft Anga nog nooit zo mooi horen spelen!

De eetzaal is al meer dan half volgestroomd. Anga zit op het podium achter een voor Cirvel onbekend klavierinstrument. De aanwezigen luisteren ademloos. Cirvel gaat heel stilletjes op haar plaats zitten. De tafels zijn feestelijk gedekt. Ze kijkt naar de andere kloosterlingen. De meeste kinderen zijn naakt. Bij sommige meisjes is het fraai opgemaakte haar versiert met bloemen. De uitdossing van de volwassenen is meer variabel. Sommigen dragen dunne kleurige kleding; anderen zijn naakt. Een enkeling draagt een gele pij. Er is veel kleding bij, die nagenoeg transparant is.

Dan kijkt Cirvel naar Anga op het podium. Ze zit er Fantastisch uit met dat gouden diadeem in haar donkere lokken. Dan glijdt haar blik over de tafel. Er staan schalen met brood en een veelheid aan aan soorten kaas. Ook zijn er vruchten in een variëteit aan soorten. Van slechts enkele vruchten kent Cirvel de naam.

Het muziekstuk is ten einde. Er volgt een daverend applaus. Meester Agdar brengt Anga naar haar plaats aan het hoofd van de tafel. Daarna stelt hij Anga en Cirvel voor aan de aanwezigen. Ondertussen gaat een monnik achter het orgel zitten.

Als de abt opstaat, staat iedereen op. De aanwezigen geven elkaar een hand. Cirvel geeft Anga haar linker- en het kleine meisje naast haar de rechterhand. Ze voelt het zachte, kleine handje van het meisje naar haar. Na het voorspel van het orgel, zet de kring een mooi oeroud lied in. Cirvel geniet van de sacrale sfeer. Ze verwacht dat ze zich thuis zal voelen tussen deze mensen. Dan zet men zich aan de maaltijd. Cirvel is vol verwachting...”

Wordt vervolgt met: 26a. Een bijna-doodervaring.