Vrijheidskwartier - roman...

25e. Worsteling met de roddelpers

Sombere momenten

Sita kijkt naar Daniëlle die haar helpt met de afwas. Soms is de afwas zo'n moment waarin dingen aan de orde kunnen komen die anders blijven liggen. Sinds het nieuws over de verdwijning van Fatima, is het gedrag van Daniëlle helemaal veranderd. Het vrolijke meisje  — dat het leven weer met twee handen had opgepakt —  is omgedraaid als een blad aan de boom. Ze is nu somber en gesloten.

Sita zoekt een ingang; een paar woorden die het deksel bij Daniëlle kunnen lichten. Ze heeft het al geprobeerd tijdens de maaltijd, maar het liep vast. Ze kreeg een dooddoener terug. Het kan ook aan haar zelf liggen. Het is wat als een vriendin zomaar door justitie wordt afgevoerd; waarschijnlijk met een hartaanval en dan krijg je niet eens te horen in welk ziekenhuis ze ligt. Dick kwam met het ludieke idee om aangifte van ontvoering te gaan doen. Hij heeft vaker van die ingevingen. Dus is ze samen met Sandra naar het politiebureau gegaan voor de aangifte. Dames komt wat minder agressief over. Omdat ze een waarschuwing negeerden, die kort gezegd inhield: nu oprotten je krijgt gewoon geen antwoord, belanden ze samen een halve dag in de cel. Daarna stonden ze weer op de stoep van het politiebureau. Het schijnt iets met die rare anti-terrorismewet van doen te hebben. Dus beseft Sita dat ze zelf ook somber is. Daarom kan ze niet tot Daniëlle doordringen. Fatima was het enige wat Daniëlle nog had; de zelfde taal en achtergrond. Ze kijkt Daniëlle weer aan. De afwas is inmiddels zo ver dat ze moet afdrogen. De borden glijden automatisch door de theedoek. Ondertussen is de stilte drukkend.

‘Sita heb je als iets nieuws over Fatima gehoord?’ zo doorbreekt Daniëlle de stilte.

‘Nee meid, het is een soort muur waar niemand doorheen breekt.’

‘Joh, ik wouw dat ik en spook was!’

‘Hoezo?’ vraagt Sita verbaasd.

‘Oh ja,’ Sita glimlacht even en vraagt dan: ‘Je mist Fatima of niet soms?’

‘Ja en ik kan de gedachte, dat ik misbruik heb gemaakt van haar gastvrijheid niet los laten. Als ik mijn straf niet ontlopen had, zou dit niet gebeurd zijn,’ zegt Daniëlle.

‘Zo moet je daar niet over denken!’ zegt Sita.

‘Je hebt gelijk, maar ik kan het niet van me afschudden. Fatima was hier de enigen waarmee ik over geloof kon praten,’ antwoordt Daniëlle.

‘Je zou het ook bij mij kunnen proberen,’ snijdt Sita aan.

‘Sita, jullie hebben een eigen tempeltje in huis. Geloof jij in één of meer Goden?’ vraagt Daniëlle met aarzeling in haar stem.

‘Eigenlijk is er één God in het Hindoeïsme, maar God is zo veelzijdig dat wij mensen dat niet kunnen vatten. Denk alleen maar aan de vraag of god man of vrouw is. Wij mensen hebben er moeite mee iemand voor te stellen, die beide eigenschappen in zich draagt. Dit is nog maar een simpel voorbeeld. Je kunt je veel moeilijkere hoedanigheden van God voorstellen, die voor ons mensen een onverenigbare tegenstelling lijken. Daarom kijken Hindoes op het persoonlijke vlak vaak maar naar één aspect van God. Een ander mens kijkt dan weer naar een ander aspect en een derde kijkt weer op een andere manier; enzovoort. Zo ontstaan er meerdere afbeeldingen van God en in de traditie hebben die vaste vormen gekregen,’ legt Sita uit.

‘Wij mogen geen afbeeldingen maken!’ zegt Daniëlle.

‘Als je ook in je hoofd kijkt, lukt dat dan?’ vraagt Sita om Daniëlle aan het denken te zetten.

‘Die vraag heb ik mezelf nooit echt gesteld. Nee, echt niet zo; ik stel me meestal een man voor; een oude wijze imam. Dat komt gewoon omdat mannen bij ons belangrijk waren,’ geeft Daniëlle aan. Die tempelkamer mag ik daar rondkijken?’

‘Ben je daar nog niet geweest?’

‘Nee ik heb alleen maar even naar binnen gegluurd,’ zegt Daniëlle met een timide stem.

‘De afwas is bijna klaar. Als je het goed vindt kunnen we daar verder praten,’ stelt Sita voor...

Wordt vervolgt met: 26. Het heilige der heiligen.