Vrijheidskwartier - roman...

25b. Worsteling met de roddelpers

Duivels toeval

‘Wat wil u drinken heren thee of koffie?’ vraagt Fatima aan inspecteur Nieuwland en zijn collega. Ze probeert niet te laten merken, dat ze de heren het liefst subiet de deur zou willen wijzen. Zonder het te beseffen geeft de verticale rimpel in haar voorhoofd iets weg van wat ze niet wil weggeven.

‘De koffie komt mij langzamerhand de keel uit. Geef mij dus maar thee,’ zegt inspecteur Nieuwland met een stem als een dreunende vrachtwagen over een verkeersdrempel.

‘En u?’ vraagt Fatima aan zijn collega met de binnensmondse ratelstem. Hij heeft zich zo snel voorgesteld, dat ze zijn naam alweer is vergeten.

‘Liev'r w't fris!’ antwoordt zijn assistent. Ondertussen gluurt hij naar de borsten van Fatima.

‘Ik heb nog Mecca-Cola staan,’ stelt Fatima voor.

‘Met d't bocht kan j' zelfs geen fietskettingen schoon maken; laat d's maar,‘ antwoordt het broekje ofwel zijn assistent. Gelijktijdig verandert zijn overigens gladde voorhoofd in een drietal vogelvormige voren.

Inspecteur Nieuwland krijgt een gebakje zijn collega schijnt te lijnen. Ze vallen niet meteen met de deur in huis, maar stellen algemene vragen over de sfeer in de buurt en de verhouding tussen ‘Het Vrijheidskwartier’ en ‘Klein-Mekka’. Eerst stoort het Fatima niet, maar later vraagt ze zich af waarom ze twee rechercheurs op haar dak krijgt. Kan de wijkagent dit niet af? Ze besluit dat voorlopig nog maar even te laten en schenkt nogmaals thee in. Hoewel Fatima het probeert af te houden, worden de vragen allengs persoonlijker. Ze antwoordt bewust oppervlakkig. Ondertussen observeert ze de heer Nieuwland zorgvuldig. Je kan duidelijk merken, dat hij er op getraind is non-verbaal weinig van zichzelf weg te geven; zo anders is zijn assistent.

‘Fatima, voel j' je d'n geen afvallige?’

Fatima kijkt hem doordringend aan. ‘Brutale wijsneus!’ denkt ze, maar ze houdt zich wijselijk in en zegt op beheerste toon: ‘Ik vind dat een brutale vraag!’

Hij leest van haar gezicht, dat ze hier kwetsbaar is. ‘Was d' confrontatie aan de deur niet 'n brutale confrontatie?’ zo reageert het ‘broekje’ met een wedervraag.

‘Daarin ga ik met je mee. Wat de vorige vraag betreft: Zeker niet; het is voor mij een bewuste keuze, die mijn geloof niet in de weg staat,’ reageert Fatima.

Er volgen nog meer van die vragen die op het randje zitten. Wat heeft de politie met haar geloof te maken. Ze krijgt al meer het gevoel dat de beide heren een soort spel met haar spelen. De oudere heer die haar keurig met u blijft aanspreken en zijn hulpje, dat de meer agressieve kant speelt. Ondertussen weet ze nog steeds niet waarom de heren haar met een bezoekje vereert hebben. De opstandige kant in haarzelf zou de heren het liefst meteen het huis uit smijten. Buiten begint het al te schemeren. Ze staat op om een lampje en een paar kaarsen aan te steken. Dan zet ze nieuwe thee, om daarmee de heren nog weer even te ontlopen.

Fatima ziet in de spiegelwand dat het ‘broekje’ tuurt in haar boekenkast. ’Ze zoud'n bij d' nieuw' inburgeringswet boek'n in onleesbare talen moet'n verbieden!’ hoort Fatima het ‘broekje’ vanuit de keuken zeggen.

Die bewering achter haar rug versterkt haar gevoel voor onveiligheid. Om even afstand te nemen pakt ze een deel van de afwas aan. Ondertussen vangt ze nog meer vreemde opmerkingen op. Maar het geeft haar nog steeds geen idee, waarom ze met deze heren zit opgescheept.

Zodra ze de kamer binnen komt heeft Fatima een aanpak verzonnen. ‘Ik voel me hier heel ongemakkelijk bij. Dat ongevraagd tutoyeren ligt me niet. Ik heet Fatima Tahir. Als jullie je niet fatsoenlijk voorstellen dan is het verder mevrouw Tahir!’ geeft ze aan. Ze hoopt dat de heren haar suggestie oppakken.

‘Arnold Nieuwland,’ zo stelt de inspecteur zich herhaalt voor. Hij is er inmiddels min of meer van overtuigd dat de dienst wel eens gelijk kon hebben. Ze lijkt sprekend op de foto in het dossier: ‘Is dit kwetsbare meisje echt Nidaa Bayoumi met honderden moorden op haar conto?’ vraagt hij zich af.

Dan komt het ‘broekje’ met: ‘Brig'dier Hans Stegeman,’ hij steekt Fatima zelfs een hand toe.

De heren knikken instemmend.

Inspecteur Nieuwland kijkt Fatima strak aan en zegt met de nuchterheid van een ervaren politieman: ‘Wij zitten met een lijk in de diepvries, waarbij er weinig aanwijzingen zijn voor de identiteit. Nu zijn er aanwijzingen van getuigen dat dit waarschijnlijk de laatste woning is waar dat lijk levend is binnengewandeld.’

Fatima verstijft; even is ze zelfs niet instaat om te denken. Het lijk wel een eeuwigheid; de tijd staat stil. Dan denkt ze: ‘Daniëlle nee toch; er is toch niets mis met Daniëlle?’ gelijk beginnen de tranen te stromen.

Inspecteur Nieuwland heeft de pest in. Zijn maatje heeft het weer een verpest. In een ooghoek ziet hij dat het zelfde maatje inmiddels al zijn blaffer tevoorschijn heeft gehaald. Een voorzichtigere aanpak zou zijn voorkeur hebben gehad, want het bewijs is nog te dun. Hij beseft terdege, dat als ze fout zitten dit hem zijn carriére kosten. Nu kan hij helaas nog maar tot arrestatie overgaan, dus haalt hij zijn handboeien onder zijn jas vandaan en zegt: ‘Even netjes de handjes op tafel dame,’ zegt hij dwingend.

Dan gaat het muziekje van de binnenbel.

Automatisch zegt Fatima met een snikkende stem: ‘Ik moet opendoen.’

‘Mooi niet Fatima of kan ik je nu beter Nidaa noemen. Je blijft keurig zitten anders krijgen we ongelukken,’ zegt inspecteur Nieuwland nors.

Fatima heeft het gevoel dat ze bijna droomt. Ze probeert bewust te blijven. In de verte hoort ze in de verte iets met het woord rechten er in. Dan verliest ze het bewustzijn...

Wordt vervolgt met: 25c. Een wonderlijke ervaring.