Vrijheidskwartier - roman...

24a. Kerstfeest en kerkklokken

Vragen met meer diepgang

Het voorhoofd van Fatima toont dat ze moeite heeft met deze vraag: “Jij bent goed in moeilijke vragen. Het zit niet in mijn traditie. Dus niet zoveel; ik heb veel meer met de mensen die een feest vieren. Aan de andere kant heb ik er niets op tegen om vandaag te vieren. Het nudisme heeft me veranderd. De kern van mijn geloof is universeler geworden; denk ik... Ik zou mezelf de vraag moeten stellen: ‘Wat heb ik nog met het Suikerfeest.’ Ik heb het Suikerfeest gevierd bij goede vrienden en ik hoop het volgend jaar het bij mijn ouders te vieren. En hoe staat het met de Christen in Sandra?” ondertussen lepelt ze gestaag haar eitje leeg.

‘Nou ... die staat in een klein hoekje van mijn bewustzijn. Als je het bewustzijn vergelijkt met een huis, dan is dat een hoekje op zolder,’ reageert Sandra op de geretourneerde vraag.

Fatima geeft zichzelf even de tijd om haar mond leeg te eten en zegt dan: “Imam Hassan zegt altijd: ‘Dat je bij geloof moet kijken naar wat je echte overtuiging is.’ Dan moet je dus diep naar je zelf kijken. Als je vandaar uit sterk staat kun je best in andere tradities mee vieren,” zo probeert ze de discussie te verdiepen.

De klokken zwijgen; Sandra weet even niet wat ze moet zeggen, dus geeft ze ruimte aan de stilte. Soms giert de wind nauwelijks hoorbaar langs de ruiten. Verder is het voor een stad nog bijzonder stil. De stilte van kerstmorgen. Fatima verstoort deze stilte doordat ze een notenbroodje pakt; het bordje klingelt bij de aanraking door een mes. Ze besmeert het met boter en belegt het met kaas. Dan volgt de eerste hap.

Sandra verheugt zich met het genieten van haar vriendin. Er ligt een glimlach op haar gezicht. Het is zo'n moment van zijn, waarin de stilte het gemoed beroert.

‘Er zijn zo van die preken waar ik niks mee kan. Dan heb ik het gevoel dat ik geen gewoon geen Christen ben. Om erbij te horen moet ik dan mijn geweten geweld aan doen!’ zegt Sandra plotseling.

‘Juist dat zijn van die momenten, dat ik diep in mezelf moet kijken naar wat echt is. Wat dan goed voelt is mijn benadering van de waarheid... De letterlijke tekst is er voor hen die het mystieke inzicht missen,’ antwoordt Fatima.

‘Misschien laat ik me teveel meeslepen door de ideeën van anderen die op mij afkomen. Een goed voorbeeld is die reportage. Ik kan die paparazzo die dergelijke opnamen heeft gemaakt wel wurgen. Toen Ansje die foto's wilde opplakken, zat ik echt in een tweestrijd. Je kunt dat kind toch niet afvallen? Aan de andere kant ben je woest van binnen,’ lucht Sandra haar hart.

Het voorhoofd van Fatima vertoont een diepe verticale rimpel als Fatima daarop reageert met: ‘Ik vind dat je dat fantastisch hebt opgelost. Sandra meid; je mag trots op jezelf zijn!’

Na een korte stilte zegt Sandra: ‘Het liefst ben je heel onopvallend en heel gewoon; gewoon huisje, boompje beestje, weetje wel?’

‘Dat pulpblad heeft je wel achter de rietmatten vandaan gesleurd!’ zegt Fatima.

‘Dat geldt trouwens ook voor jou!’ voegt Sandra er aan toe.

‘Wat doe je als straks een journalist van een concurrerend pulpblad aan de telefoon hangt?’ zo daagt Fatima Sandra uit.

‘Dat is een goede vraag,’ zegt Sandra.

Zo verdiept de discussie tussen Fatima en Sandra. Ondertussen vordert het ontbijt. Buiten sneeuwt het nu heel intens. De ruit plakt helemaal dicht met sneeuw. Ergens in de verte bengelen weer kerkklokken; waarschijnlijk de aankondiging van een kerkdienst.

‘Ik vergeet bijna wat. Je vader heeft gebeld. Hij zou graag vanmiddag met ons naar de sauna gaan,’ zegt Sandra.

‘Wat geweldig! ... Dat lijkt me leuk!’ reageert Fatima spontaan en ze gaat verder met: ‘Dan moet ik nu toch echt opstaan...’

Wordt vervolgt met: 24b. Blootlopers in een iglodorp.