Vrijheidskwartier - roman...

23. De gezelligheid van gastvrijheid

Tineke is bij Fatima op bezoek. De cursus is voor vandaag ten einde. Morgenochtend moet ze weer paraat zijn. Ze staat naast Fatima in de achterkant van de huiskamer. Het schemert; de eerste lichten in ‘Klein-Mekka’ branden reeds. Er hangen zware buien in de lucht, maar het sneeuwt even niet. De toppen van de bomen aan de overkant hangen in de oranje gloed van de zon die aan hun rugzijde onder gaat. Sommige wolken zijn getooid met oranje randen. Tineke heeft nog nooit zo naar een stad gekeken. De minaretten van de moskee gaan langzaam over naar een donker silhouet. Er gaan meer lichten aan. Ondertussen wijst Fatima de diverse gebouwen aan. Nabij de einder zijn dat de kantoortorens met hun opvallende neon- of video-reclame. Dichterbij ligt de wijk ‘Klein-Mekka’ met zijn moskeeën en madrassa's. Meer zijwaarts uit het raam liggen een paar monumentale kerken, waarvan sommigen tot het middeleeuws erfgoed behoren.

Fatima is een goede gids als het over Klein-Mekka gaat. Het is een wijk met meer dan landelijke bekendheid. Tineke heeft die naam zo vaak in het nieuws gehoord, dat hij in haar geheugen staat gegrift. Nu wordt echter duidelijk dat de voorstelling in haar hoofd niet klopt. Ze luistert aandachtig naar de verhalen van Fatima.

‘Eigenlijk is Klein-Mekka best een veilige wijk,’ beweert Fatima. ‘Je moet alleen weten hoe je j' moet gedragen.’

‘En al die verhalen in de media dan?’ vraagt Tineke.

‘Over het algemeen zwaar opgeklopt; de media lijden aan een moslimfobie!’ antwoordt Fatima resoluut. ‘Het is vanavond koopavond; we kunnen er we een kijkje nemen.’

Ondertussen komen er ook geluiden uit de keuken. Sandra legt de laatste hand aan de maaltijd. Ze komt de kamer binnen om tafel te dekken.

‘Jullie, je eten toch wel mee hè?’ vraagt Fatima.

Tineke schrikt; maar dan komt iets op over gastvrijheid: ‘Goed, maar wat eten we?’

Aan de andere kant van de kamer knikt Anna instemmend.

‘De pot schaft couscous vanavond. Ik heb dat Sandra leren maken en nu maak ze betere couscous dan mijn moeder,’ antwoordt Fatima.

Dan gaat het muziekje van de bel. Even later komt een dame boven. Ze schijnt de weg te weten. Fatima stelt haar voor aan Tineke en Anna. Mieke is onderwijzeres op de naturistische basisschool.

Tineke kijkt Mieke aan; haar vlotte babbel bevalt Tineke wel. Al spoedig zijn ze zo intens in gesprek dat ze niet eens door hebben, dat de andere bel gaat. Plotseling staat een geestelijke in vol ornaat in de huiskamer. Fatima stelt hem voor als imam Hassan. Hij heeft een vriendelijke stem met een duidelijk Urbaans accent. Sandra dekt gelijk een bord bij; ze weet hoe belangrijk gastvrijheid voor Fatima is. Tineke vraagt zich af of er nog meer gasten komen. De uitgeschoven eettafel is nog niet geheel vol gepland. Deze laatste gast was zeker geen onderdeel van de verwachting. Uit nieuwsgierigheid telt ze de borden. Er is een bord te veel gedekt.

Fatima is blij met zo'n groot gezelschap en dus haar framilie. Ze houdt van een gezellige maaltijd. Dat Hassan gekomen is doet haar zeker goed. Hij verbindt oud en nieuw. Toen ze nog kind was, was hij een jonge imam. Hij kwam vaak langs, want hij had een bijzondere band met haar vader. Later zijn ze uit elkaar gegroeid. Haar vader kon Hassan niet meer volgen; hij werd eenvoudig te liberaal. Nu heeft die liberale stroming haar eigen moskee. Volgens haar vader is het een ziekte van dit land; kerkscheuringen. Vroeger de kerken; nu zijn de moskeeën aan de beurt. Gelukkig hebben haar vader en Hassan zich nu weer met elkaar verzoend...

Wordt vervolgt met: 23a. Rabi'a al-'Adawiyya.