Vrijheidskwartier - roman...

19a. Zie de maan schijnt...

Slapen in de torenkamer

De zon gaat onder over de stad. Daniëlle kijkt samen met Sita uit over de stad. De besneeuwde daken kleuren oranje nu de zon achter een wolkenband wegglijdt naar de horizon. De schapenwolkjes daarboven kleuren van oranje tot roze hoog in de lucht. Als ze een pasje verstapt kraken de houten vloerplanken van ouderdom.

Daniëlle laat zich dit moment van geluk niet ontnemen, door de sombere gedachten in de diepte van haar brein. Ze probeert het moment te laten zijn. Het is zo'n moment van zwijgen. Ze voelt de hand van Sita op haar schouder. Het is vertrouwd en veilig. Ze heeft in een korte tijd veel mensen ontmoet; allemaal zorgzaam en vol aandacht voor haar.

‘We noemen dit de torenkamer,’ zo onderbreekt Sita het zwijgen en ze gaat verder met: ‘Het was vroeger een bankgebouw. Deze toren moest toen de status van het gebouw verhogen. Je moet straks even helpen die stapel dozen naar de zolder brengen, want we zitten nog midden in de verhuizing.’

‘Natuurlijk!’ zegt Daniëlle: ‘Je hebt hier een fantastische uitzicht.’

‘Een echt hemelbed; ik voel me als een prinses in een kasteel,’ reageert Daniëlle opgewekt.

‘Ja we hebben de kamer in stijl ingericht alleen de open haard is nep. Het is een soort plasmakachel,’ zegt Sita. Ze pakt een afstandsbediening draait aan een knop.

De blauw-gele vlammetjes achter de gietijzeren deurtjes beginnen te dansen. Even later gloeien de uit keramiek gevormde houtblokken. Buiten begint het nu te schemeren. De eerste sterren fonkelen in het blauwzwart boven de paarse schapenwolkjes. Dicht bij de horizon vormen de wolken nog alle kleuren van de regenboog. De stad beneden kleurt in het neonlicht van de reclame. Hier en daar stijgen gekleurde rookwolkjes op. De kantoortorens in de verte baden in het licht...

Beneden heeft Annie de ronde tafel al feestelijk gedekt. Er zijn drie plaatsen. De kaarsen zijn al aangestoken.

‘Ik hoop  — Daniëlle —  dat je al honger hebt!’ beweert Annie met een verborgen vraag.

‘Echt; ik rammel,’ zegt Daniëlle.

‘Schuif maar aan, we hebben hier geen vaste plaatsen,’ zegt Sita.

De kip-curry maaltijd smaakt; Daniëlle smult; ondertussen laat ze haar ogen door het vertrek gaan. Ook dit vertrek is antiek ingericht. Veel meubels hebben een Oosterse sfeer. Er staan grote boekenkasten met veel boeken. De kleine ramen, waarvan de gordijnen niet gesloten zijn, echter zijn voorzien van gietijzeren tralies.

Ze wacht even te haar mond leeg is: ‘Hoe lang wonen jullie hier?’ vraagt ze als aanzet tot een gesprek.

Annie kijkt Sita eerst even aan en antwoordt dan: ‘Nu bijna een week.’

‘Nou ja; we hadden een lage flat met een fantastisch dakterras; heerlijk vrij; maar de buurt veranderde en werd langzaam vijandig ten opzichte van het naturisme. We hebben toen ons ingeschreven voor de woning, waar nu Fatima woont. Toen kwam Fatima in de problemen, dus hebben we onze optie aan Fatima gegeven,’ voegt Sita er aan toe. Vervolgens neemt ze haar volgende hap.

Nadat ze haar mond leeggegeten heeft, vult Annie het verhaal aan met: ‘We hadden in onze flat een slaapkamer omgebouwd tot sauna. Daarom hadden we regelmatig bezoek van buren en verre buren die graag een saunaatje wilde mee pakken. Zo ontstond er een heel tolerante sfeer. We hebben die jaren echt genoten. Het was toen de enige nieuwbouwwijk, dus je zat vlak bij de bossen. Later is er van het buitengebied als meer afgeknabbeld voor steeds weer nieuwe wijken.’

‘Dit smaakt verrukkelijk,’ zegt Daniëlle. Ze zit vol met vragen, maar ze weet niet goed hoe ze deze vragen goed kan verwoorden: ‘En toen kwam ons soort mensen er wonen,’ stelt ze.

‘Bedankt Daniëlle, maar het is beter voor je veiligheid dat we je echte naam en achtergrond niet weten,’ waarschuwt Sita prompt.

Als haar mond leeg is nipt Annie aan haar wijn en pakt ze de draad weer op met: ‘Ja, toen kwamen er mensen vanuit een preutsere cultuur wonen. En daarmee begonnen de problemen. Eerst werden we alleen maar gepest. Ondertussen verhuisden onze vrienden en kennissen. Later kwamen er klachten bij de woningbouwvereniging. Het werd ons dringend aangeraden meer vitrage op te hangen en de sauna niet meer te gebruiken. Ook bemoeide de wijkraad zich er tegenaan. Toen het echt spannend werd en de woningbouw ons dreigde uit te zetten, hebben we het er niet bij laten zitten en zijn we zelf naar de rechter gestapt. Helaas hebben we uiteindelijk verloren en zijn we toen als asociale bewoners bijna uit ons huis gezet.’

Het verhaal raakt Daniëlle. ‘En verder?’ vraagt ze. Dan neemt ze een slok druivensap.

‘Dick kon ons net op tijd helpen met dit appartement,’ gaat Annie verder.

‘Dat is een naar verhaal,’ zegt Daniëlle.

“Aan de andere kant is dit volgens ons het mooiste appartement in ‘Het Vrijheidskwartier’ en wij genieten van de antieke sfeer,” zegt Annie.

De tafelconversatie gaat verder over allerlei aspecten van het nudisme en het naturisme. Ondertussen vordert de maaltijd gestaag. In de verte klinkt zo nu en dan een sirene. Het is nog steeds niet rustig in de stad. Ze zijn inmiddels aan de toetjes toe. Annie komt binnen met een blad met driemaal ‘Banana royaal’ en een kan met warme chocoladesaus.

Daniëlle volgt de anderen door wat saus bij haar ijsschotel te gieten. Ze neemt het eerste hapje waar saus en ijs elkaar ontmoeten; totaal verrast; smult. Even is er geen conversatie. Er klinkt slechts het klingelen van de metalen lepeltjes tegen de ovale, kristallen schotels. In de verte klinken knallen.

Sita doorbreekt de stilte met: ‘We aten dit vaak als we uit eten gingen, maar niemand wist hoe je het moest maken. Sinds kort heeft Annie het door.’

‘Het smaakt fantastisch,’ zegt Daniëlle.

‘Annie is onze keukenprinses,’ vult Sita aan.

‘Nou jij kan er ook wat van,’ zo speelt Annie de bal terug...

Wordt vervolgt met: 19b. Eindeloos lang vergaderen.