Vrijheidskwartier - roman...

17. Een mistige morgen

Fatima rekt zich uit. Het is al laat; ze is dwars door de wekker geslapen. Beneden hebben Aisja en Sandra koffie gezet en de ontbijttafel feestelijk gedekt. Eén bord is al vuil; Ali is reeds naar zijn werk vertrokken. Een blik door het achterraam dat naar buiten uitkijkt, laat zien dat het buiten mistig is. De bomen in de tuinen van de huizen aan de overkant zijn vaag grijs. Verder dwarrelt er nog wat motsneeuw. De daken zijn met een dikke sneeuwlaag bedekt. Dichtbij beneden is de straat reeds geveegd. Dat het vegen nog niet zo lang geleden is, toont het dunne doorschijnende witte laagje. De bezem staat nog tegen de muur. In de verte klinken de geluiden van de stad. Sirenes geven de verplaatsing van een politie- en een ziekenauto aan. Dichterbij klinkt de oproep voor het gebed uit de luidsprekers van een minaret. Een zware vrachtauto dreunt door de Hoofdstraat. Er komt een vliegtuig over.

‘Goeiemorgen Fatima,’ zegt Sandra met een opgeruimde melodie in haar stem.

‘De morgen is best aardig, maar de nacht was een beetje kort.’ antwoordt Fatima met een kwinkslag. Ze kan soms gek uit de hoek komen. Dan gaat ze verder met de vraag: ‘Zullen we een witte kerst krijgen?’ ze rekt zich nog eens uit. Ze plaats haar rechtervoet op de hoogste bar voor de spiegelwand die in een scherm kan veranderen. Vervolgens brengt ze met haar rechterhand haar bovenbeen in trilling.

‘Vast niet, als het Kerst is heeft koning winter geen handje sneeuw meer over!’ antwoordt Sandra met een kwinkslag; ondertussen gaat ze naast Sita aan de bar staan. Het valt haar op dat de spiegelwand in een nis ligt, waarvan de zijkanten met een rails de bar ondersteunen.

‘Laat het maar stevig winter worden, dan worden die rellen vanzelf gesmoord,’ zegt Fatima. Ondertussen plaatst ze haar andere voet op de hoogste bar.

Sandra volgt Fatima: ‘Deze prima ballerina kan hier nog wat leren.’

‘Je plaatst de pols op je bovenbeen en dan slinger je de vingers snel heen en weer. Zo breng je de trilling over op je bovenbeen. Dit sidderen werkt allen als je in je blootje bent; kleding remt de trilling te veel,’ geeft Fatima aan.

‘Handig zo'n bar in huis. Je woont hier echt fantastisch Fatima. Je maakt me een beetje jaloers!’ babbelt Sandra ondertussen verder. Ze heeft vooral behoefte aan conversatie. Ondertussen merkt ze, dat haar arm door het sidderen snel moe wordt.

Aan de ontbijttafel

Zo komen de jeugd-herinneringen weer boven. Het is vooral Sandra die de ene na de andere anekdote naar boven haalt. Aisja luistert en legt ondertussen de laatste hand aan de ontbijttafel. Ook komt langzamerhand de overdekte winkelstraat komt tot leven; kinderstemmen klinken. Nieuwsgierig blijft Aisja zo nu en dan even voor het grote voorraam stil staan en werpt dan een blik naar beneden. In het zand-, waterbad beneden ontstaat op het ministrand het eerste zandkasteel. Als laatste handeling steekt Aisja de kaarsen op tafel aan. Het sombere weer buiten vraagt binnen om gezelligheid. Aldus start de ontbijttafel eveneens in steil. De conversatie gaat vooral over het bezoek aan ‘Club Oase’ van gisteravond. Zowel Sandra als Aisja hebben zich daar niet onveilig gevoeld. Dan moet ook Fatima haar avonturen op het dak vertellen. Ze doet het af, als niet zo belangrijk, maar daar nemen de andere dames geen genoegen mee, dus komen de verhalen. De brandende pijlen op het dak en de race met een poederblusser in de hand. Met korte stoten blussen om poeder te sparen.

Dan verteld Sandra hoe ze Fatima op TV zag. En de zoektocht; hoe ze eerst van het kasje naar de muur werd gestuurd: ‘Maar uiteindelijk kreeg ik het telefoonnummer van Frits en via Frits jouw nummer Fatima. Wat was ik blij jouw stem te horen!’ zegt Sandra terwijl ze haar volkoren boterham met boter besmeert. Dan volgen er twee plakken kaas, die Fatima aanreikt.

Aisja nipt aan haar thee. ‘Sandra, hadden jouw ouders dan geen probleem met jouw wens ballerina te worden?’ vraagt ze vervolgens, om daarna een stukje brood in haar mond te stoppen.

‘In het begin zeker; volgens mijn vader was daar geen droog brood mee te verdienen. Mijn moeder vond het in tegenspraak met het geloof. De dominee echter had gelukkig een wat vrijzinniger kijk. Uiteindelijk was het compromis, dat ik eerst belijdenis moest doen, voordat ik naar de balletacademie mocht. Een meisje alleen op kamers in de grote stad; weet-je-wel. Het verderf ligt op de loer!’ vertelt Sandra en ze vraagt: ‘Aisja, hoe heb je Ali weer ontmoet?’

‘Ali was mijn buurjongen. Wij zijn toen verhuist maar het contact is gebleven. Nu woont hij in de wijk hierachter,’ wijst Aisja in de juiste richting, ofwel het naar besneeuwde achterraam.

Sandra kauwt eerst haar broodje weg, om dan te komen met de vraag: ‘Dus, je jeugd vriendje?’ Zo hoopt ze op nog meer duidelijkheid.

Met een glunderend Gezicht: ‘Een heimelijk vriendje,’ antwoordt Aisja: ’Boven een bepaalde leeftijd wordt openlijk met jongens omgaan bij ons niet zo gewaardeerd. Maar ik denk dat we wel aardig bij elkaar passen.’

‘Ben je verliefd?’ vraagt Sandra met enige terughoudendheid in haar stem.

‘Zusje, je bent gewoon te over je oren verliefd. Je probeert jezelf met zogenaamd nuchter denken te ontkennen en dat werkt niet. Neem dat nou maar van mij aan,’ zegt Fatima met emotie in haar hoge stem.

‘Goed ik ben verliefd zusje; nou en...’ geeft Aisja schoorvoetend toe. Voren van ernst ontsieren haar voorhoofd.

De broodschaal is bijna leeg en de magen aardig gevuld. Het is even heel stil. In de verte klinken knallen en sirenes. Zijn er nog opstootjes? De rellen van vannacht zijn nog niet in het ochtendblad terug te vinden. Fatima zet op verzoek van de anderen de ontbijt-tv aan. Ze moet daarvoor de balletbar weer in het plafond brengen; een motortje zoemt en de bar schuift omhoog. Dan verandert de spiegel in het scherm. De eerste beelden van de rellen zijn verontrustend. Her-en-der zijn winkelruiten gesneuveld. Sommige panden zijn zelfs geheel afgebrand. Politiebusjes liggen te smeulen in barricades. Het is een triest gezicht. Het openbaar vervoer ligt nog steeds plat. Demonstranten kamperen op de spoorbaan. Ze gebruiken de gestrande treinen als bivak. Een Kamerlid heeft het over het uitroepen van de noodtoestand. Het leger moet worden ingezet. Journalisten proberen ministers onverstandige uitspraken te ontlokken.

‘De journalisten zijn weer aardig bezig hun eigen nieuws te maken. Helaas Sandra, die boodschappen kun je wel vergeten,’ reageert Fatima opmerkelijk nuchter, maar het verticale voortje in haar voorhoofd geeft een andere indruk.

“Maar Sandra, er zijn hier in ‘Het Vrijheidskwartier’ toch ook nog winkels,” zegt Aisja.

‘Ja die zijn er, maar het assortiment is beperkt,’ geeft Fatima aan: ’Er is een supermarkt, een bakker, een chocolaterie, een boekhandel, de Snuiterij een soort cadeauwinkel, een sportwinkel, een lingerie- en feestkledingwinkel, een sport- en speelgoedwinkel ... en...’ zo somt ze een hele reeks winkels op.

De variatie aan winkels in ‘Het Vrijheidskwartier’ blijkt mee te vallen. Je kunt beter afvragen wat is er niet. Ze zullen dus niets te kort komen. Het wordt dus winkelen in je blootje; voor Sandra een nieuwe ervaring. Zo veel winkels op een naturistenterrein heeft ze nog niet meegemaakt. Inmiddels is het ontbeid genuttigd. Buiten schemert nog het steeds. Er vallen weer grote sneeuwvlokken. Als het zo blijft sneeuwen wordt het vandaag niet echt licht. Binnen in de overdekte winkelstraat komt de feestverlichting juist meer tot zijn recht. Het duurt niet lang meer dan zullen alle winkels open zijn. Er worden dus plannen gemaakt het centrum van ‘Het Vrijheidskwartier’ verder te gaan verkennen. Dan kunnen ze gelijktijdig boodschappen doen. Dan gaat geheel onverwacht de buitenbel...

Dan is er koffie

‘Ali wat doe jij hier?’ vraagt Aisja verbaasd.

‘Heb jij je werk al gebeld,’ vraagt Aisja bezorgd.

‘Ja, mobiel, ze zijn nu dicht,’ geeft Ali aan: ‘Wat ben ik blij dat ik hier terug ben,’ gaat hij zuchtend verder: ‘Ze hebben het leger ingezet. Overal wordt je beschoten met traangas.’

Aisja is gelukkig, de onbenoembare angst; die sneed als een mes, is verdwenen als sneeuw voor de zon. Er komt een heerlijke rust over haar heen. Het is zo'n moment om te behouden. Sandra slaat met genoegen de tortelduifjes gade. Een dag geleden hadden ze nog deel aan de preutse textiel maatschappij. Nu is het alsof ze geboren nudisten zijn.

De koffie met slagroom smaakt voortreffelijk. Fatima heeft gebak uit de koelkast gehaald. Sandra smikkelt aan haar gebakje. ‘Daar gaat je balletfiguur,’ zo pest Ali haar. Ali krijgt zijn streken terug, hij is schroom voor het naaktzijn geheel verloren...

Wordt vervolgt met: 17a. Een vreemde ontmoeting.