Vrijheidskwartier - roman...

15a. Een vreemde avond voor Fatima

Een nachtelijke discussie

Fatima zit naast Jan de Boer in de auto. Het is in de kleine uurtjes. Even ontstaat er een gat in de bewolking. Een smalle sikkel van de nieuwe maan staat laag boven de horizon. Zij geniet van het verstilde schouwspel. Ze is tevreden over haar eigen koelbloedig handelen, toen ze voor het blok werd gezet, bovendien heeft ze in die tv-show een flinke prijs gewonnen.

“Fatima, mijn vrouw weet niet dat ik in ‘Club Oase’ kom. Ik weet dat je nog steeds boos bent, mijn lot ligt in jouw handen,” zegt Jan onverwacht in zijn schulp kruipend.

‘Oh ja ... ik vindt inderdaad Jan, dat dit type programma eigenlijk niet kan. Het dringt te diep in de privé-sfeer van mensen. Maar de kijkcijfers geven een andere waarheid aan. En wie ben ik dan. Maar ik loop niet rond met haatgevoelens. Ik zal je echt niet verraden. Bovendien gaat dat geheel tegen mijn principes in,’ antwoordt zij serieus.

De regen laat het weer even afweten dus schakelt Jan de ruitenwisser terug. ‘Hoe vond j' je naakte optreden?’ vraagt Jan met de gok haar woede te wekken.

Fatima reageert met: ‘Jullie hadden me al  — bij mijn vrienden —  voor het blok gezet! Bovendien ik had geen geschikte kleding voor een dergelijk gala. Gelukkig had ik mijn zitsluier nog in mijn mantelzak gepropt. Er was even het idee het tocht maar bij het trainingspak te laten, maar toen kwam het idee op wat terug te doen voor het Vrijheidskwartier.’

‘En toen pakte je er tot ieders verrassing er nog de hoofdprijs uit,’ merkt Jan op.

Fatima kijkt naar de hernieuwde spetters op de voorruit. ‘Mijn naaktheid werd toch niet verborgen achter de bekende blokjes?’ vraagt Fatima met nadruk in haar stem, nog voor op zijn opmerking in te gaan en ze gaat dan verder met: ‘Met een beginnend huishouden, is die prijs mooi meegenomen.’

‘Fatima, ik heb de uitzending op mijn mobiel bekeken. Daar werd je naaktheid geen geweld aangedaan. Maar hoe voel j' je daarbij?’ vraagt Jan terwijl hij de ruitenwisser op een hogere stand, want de bui barst weer los.

“Gewoon heerlijk vrij, maar hoe voelde jij je toen ‘Club Oase’ werd overgenomen door het Vrijheidskwartier,” zo kaatst Fatima zijn vraag terug.

‘Fatima, je bedoelt de blootdrempel?’ vraagt Jan voor meer duidelijkheid.

‘Ja, en de glazen cabines in plaats van achterkamertjes,’ voegt Fatima er aan toe.

‘Voor mij ging het allemaal zo vanzelf, dat ik die drempel achteraf niet terug kan vinden. En jij Fatima schittert er met slechts, dat diadeem van de zaak; je bent echt een aanwinst!’ zegt Jan zo neutraal mogelijk. Maar even is het nuttig, dat zijn gezicht door het donker wordt verborgen.

Maar Fatima haalt toch iets uit zijn stem. ‘En de wat oudere dames met hangborsten?’ zo tracht zij hem op een ander spoor te zetten.

Jan, denkt even na, want de vraag ligt hem zwaar op zijn maag. Vervolgens komt hij met de tegenvraag: ‘Fatima, is het niet de lelijkheid die de schoonheid versterkt?’

Fatima wil dieper in de man doordringen en met zo'n afstandelijk antwoord kan ze niet. En dus reageert ze met: ‘Maar Jan, hoe voelt die aanblik?’

‘Nou ja, als ze een beetje hangen kan me dat zelfs wat extra erotisch raken,’ reageert Jan en hij gaat verder met: ‘Maar als het echt theezakjes zijn, dan wordt het een afknapper!’

Ze passeren een vrachtauto. Het lawaai maakt even alle conversatie onmogelijk. De vuile natte sneeuwsmurrie spat tegen de voorruit. Hij gebruikt de ruitensproeier. Voor hun ligt de oranje lichtzee van een klaverblad.

Zij glimlacht: ‘Ik wil niet dat je zo hard rijdt Jan. Verder herhaal ik nog een keer, dat ik je niet verraad. Geheimen zijn bij mij veilig!’ geeft zij aan.

Gebruikmakend van het oranje licht kijkt hij haar op dat moment aan. Het vlindert in zijn kern; gelijktijdig mindert hij snelheid. Ze is mooi, de femme fatale, die iedere man uit evenwicht brengt. Het gesprek word gestaag intiemer. Hij zwijgt voor een moment. Fatima is zo direct. Het zet z'n hele opvoeding op zijn kop; hij voelt een remmende schaamte. Gelukkig is het weer donker. Hij zoekt naar woorden, waarmee hij die directe vraag kan afwenden. Er valt weer natte sneeuw. Hij zet de ruitenwissers op een snellere stand. De ruit plakt nog verder dicht; hij mindert snelheid. Laat zij niet de wortels van haar ziel zien? Zijn achting voor haar stijgt met de minuut en juist dat voetstuk maakt het moeilijker open te zijn. Hij raapt alle moed bij elkaar met: ‘Ik ben heimelijk verliefd op jouw geweest.’ Het hoge woord is er uit!

‘En dat is nu overgegaan in haat?’ zo gooit zij min of meer vragend de knuppel echt in het hoenderhok.

‘Nee ... nee Fatima, maar het is nu hanteerbaar! Hoewel dit gesprek stookt het vuurtje weer op,’ geeft hij aan.

‘Heerlijk om te weten Jan. Je bent ook best aardig. Misschien zouden we vrienden kunnen worden. Maar helaas ik ben niet verliefd op jouw. Ik neem dus aan dat ik je regelmatig in club zie, want ik zou jouw moppen niet graag willen missen.’ Er doemen bekende, verlichte vormen aan de horizon; kantoortorens dan neon reclames. Het oranje licht kondigt een klaverblad aan. Ze zijn er bijna; na dit tv-avontuur is ze weer bijna thuis. Fatima beseft dat ze het een goed eind moet geven: ‘De laatste keer trouwens had je Ali aardig tuk; tjonge wat heb ik gelachen, Jan.’

Wordt vervolgt met: 15b. Een bijzondere ontmoeting.