Vrijheidskwartier - roman...

14a. Regen en druppels; wat een weer!

Met verlangen in afwachting

De regen loopt langs de ruiten. Sommige druppels blijven hangen, andere lopen plotseling snel naar beneden. Deze laatste zijn in de minderheid. Abdullah kijkt naar het spel van de regendruppels. Het valt hem op hoe sommige van die druppels echt als knikkertjes langs de ruit lopen. Achter deze knikkertjes loopt telkens een spoortje van water; net een klein beekje.

Suzanne zal zo komen. Ze gaan samen passiefoefeningen en gebaren oefenen. Dus heeft hij de meubels wat verplaatst, zodat er een plek vrij komt. Daar liggen nu dekens afgedekt door een laken. Verder staat de verwarming hoog. Het is met alleen een badjas aan eigenlijk al te warm, maar hij wil niet naakt vlak voor de ruiten staan, bovendien kan Suzanne elk moment aanbellen.

Aan de overkant  — waar Suzanne woont —  brand licht. Het licht van de badkamer floept aan. Het kan wel zijn dat ze nu een douche gaat nemen. Abdullah kijkt weer naar de rollende regendruppels. Het licht van de straatlantaren spat uiteen in de druppels van de ruit. Ondertussen tikt de regen nu hoorbaar tegen de ruiten. De takken voor de straatlantaren wiegen heen-en-weer. Gelijktijdig lopen er veel meer druppels langs de ruit. Het wachten maakt Abdullah onrustig. Het borrelt in zijn gemoed; de tegenstelling tussen verlangen en verlegenheid. Hij is gek van haar; verliefd en wat nou? het maakt hem onzeker. Het licht in de badkamer aan de overkant van de straat gaat uit. Het was dus zeker geen douche. Abdullah rekt zich uit en gaapt. De warmte in huis maakt slaperig. De wind doet de regen tegen de ruiten razen. Buiten passeert een auto. Even is de hele ruit een schittering van lichtpuntjes...

Dan gaat de bel. Abdullah doet open. Het is Suzanne. ‘Suzi, geweldig dat je er bent, geef dat natte ding maar aan,’ zo pakt hij haar paraplu aan. Van dat kleine eindje is het ding kleddernat. Dan sluit hij de deur achter haar en hangt zijn badjas aan de kapstok. Omdat ze slechts haar mantel en leren laarzen draagt, is ze snel naakt. Hij neemt die mantel aan en hangt die op de kapstok. Zij schopt haar laarzen uit. ‘Hallo mijn Shakti; blij dat je er bent,’ zo begroet Abdullah haar, waarbij hij bij het zoenen zijn tong laat vinden.

Zij maakt zich na enige tijd van innigheid weer los: ‘Sorry het was even haasten!’

Ondertussen betreden ze naakt de huiskamer: ‘Suzi, wil je ook thee en moet ik dat strookje in het gordijn nog sluiten?

‘Thee graag Ab! En voor mij hoeft dat sluiten van het gordijn niet,’ zegt Suzanne en ze gaat verder met: ‘Maar als j' je daardoor veiliger voelt? Zou ik het niet laten.’

Abdullah sluit het gordijn en schenkt thee in. Dan vraagt hij: ‘Suzanne, hoe komt het dat jij zo goed bent in gebaren?’

‘Ik heb je al verteld dat ik een doof nichtje heb, maar dat is niet het hele verhaal. Mijn oudste zuster was doof. Margo is helaas twee jaar geleden aan kanker overleden. Ik ben dus tweetalig opgevoed, want die erfelijke doofheid zit in onze familie.’ vertelt Suzanne. Dan zoekt ze even naar woorden.

’Suzi, dat heeft pijn gedaan,’ zegt Abdullah begripvol. Suzanne neemt een slok thee en gaat op die opmerking niet in, maar gaat verder met: ‘Gebarentaal is dus eigenlijk iets meer mijn moedertaal.’

Dan barst Suzanne in tranen uit. Abdullah gaat naast Suzanne op de bank zitten en slaat een arm om haar heen. Suzanne pakt een zakdoek uit het etui dat voor haar op de salontafel ligt. Beide zwijgen ze geruime tijd. Ondertussen droogt zij haar tranen...

‘Ik ben mijn hele familie kwijtgeraakt. Ze zijn gemarteld en vermoord in de gevangenis,’ zegt Abdullah onbegrijpelijk nuchter. ‘Ik kan nog steeds niet huilen.’

Suzanne begint zijn huid zachtjes te stelen: ‘Soms kan de nabijheid van passiefoefeningen, een dergelijk bevroren verdriet losmaken. Maar begin nu maar met vertellen wat in je op komt,’ zegt ze zachtjes.

Abdullah geeft zich over aan de koestering en kruipt met zijn aandacht in het huidcontact en streelt terug over haar borsten. Ondertussen komt hij haperend met de eerste verhalen van de vlucht, zoals het valse paspoort dat moest worden geregeld. En dan de angst, dat het niet goed was. Later komt de dag, dat zijn vader werd weggevoerd. Zo komt er een stroom van verhalen met duistere dieptepunten. Suzanne kan niet anders koesteren en aanhoren, zodat de thee onaangeroerd koud wordt.

Dan als de woordenstroom opdroogt neemt Suzanne Abdullah mee naar de yogavloer met: ‘Kom Ab, nu alles laten gaan, want ik geef je een passiefoefeningensessie.’

Op weg naar een tranendal

Met: ‘Goed Suzi,’ laat Abdullah zich meevoeren en gaat op zijn rug liggen. Dan met een laatste blik in haar richting sluit hij zijn ogen. De hagel tegen de ruiten vormt de achtergrondmuziek. Even is daar een huivering. Dan voelt hij haar hand in de zijne bij het contact maken. Ondertussen veranderen de vlekjes, die hij nog steeds ziet sinds hij zijn ogen sloot in vage beelden uit het verleden.

De zoete stem van Suzanne met: ‘Ab kruip nu met je aandacht in het contact tussen onze handen. Ik Suzi ben dicht bij je. Je mag je bij mij helemaal veilig voelen,’ laat de vlekjes terugkomen en daarna langzaam oplossen in een diep zwart.

Abdullah voelt wat later een cirkelvormige streling over zijn buik. Er zit de warmte in van een hand; haar hand. Dan is er weer de leegte van een aanrakingsloos moment; een veilige tijd, want zij blijft nabij.

Hij voelt zijn rechter been omhoog gaan; dan knikken. Vervolgens volgt het linker; zijn voetzolen voelen warmte. Dan volgt een siddering in zijn bekken... Vervolgens komen zijn voeten los een gaan zijn benen wijd met een afwisselende strekking in het kruis. Zijn benen voelt hij weer strekken en dan kruizen. Even later ligt hij in een Halasana, met de voeten over het hoofd tegen de vloer. Vervolgens voelt hij zijn knieën zelfs tegen het hoofd...

Als de ademhaling moeizaam wordt voelt Abdullah de teruglegging. De vloer verandert in een zachte hangmat. Er volgt weer een periode van veilige leegte. Heel langzaam wordt daarin de vloer vanuit een kuil vlakker en harder; realiteit...

Dan voelt Abdullah hoe zijn lijf in een Schroefhouding wordt gelegd. De oksel van zijn hangende arm geeft een stevige strekking, die wat later bijna verdwijnt onder een warme, maar stevige streling.

‘Ab, zit ik goed?’ klinkt de zoete stem van Suzanne.

Het brengt Abdullah weer wat terug in de realiteit en hij zegt zachtjes: ‘Ja.’ Spoedig glijdt hij echter weer in de flow van overgave.

Dan voelt Abdullah hoe zijn benen worden ontvlochten; de teruglegging. De vloer kantelt van een helling naar bijna verticaal, maar hij valt niet. Langzaam echter lost de vloer op. Hij ligt op een wolk en drijft omhoog; voelt zijn ogen vochtig worden; tranen; huilbui.

Suzanne helpt Abdullah opzitten en slaat een arm om hem heen. Na enige tijd zegt Suzanne: ‘Ab wees trots op je tranen en blijf bij je gevoel.’ Ze brengt daarbij ze haar naaktheid nog dichter bij de zijne. Aldus druipen de tranen ook op haar lijf, maar het deert haar niet. Eveneens verglijdt zo de tijd, maar ook dat voelt goed.

Toch onverwacht is daar het moment dat bij Abdullah de tranen. Ze drogen elkaar van het zoute nat met keukenpapier en een badlaken. Hij gooit de mokken leeg en schenkt nieuwe thee in. Buiten rammelt de wind weer met de ruiten gevolgd door het geraas van de hagel. Zodra het weer even zwijgt vraagt hij: ‘Hoe zit het nou met de Schroefhouding en de het verband met klassieke Garudasana?’

‘Ab, het gaat om vormvergelijking want de Garudasana is een staande evenwichtshouding. De term schroeven is daarbij ontstaat uit het om elkaar slaan van armen en benen. Zo kun je de Garudasana verdelen in de onderdelen Armschroef en Beenschroef. Beide vormen spelen een rol in haptotantra. Voor de Schroefhouding kijken we naar de Beenschroef. Maken we liggend op onze zij een Beenschroef, dan krijgen we door de bovenliggende arm tegengesteld te laten hangen, een liggende torsiehouding. Deze strekhouding vormt de kern van haptotantra. De ervaring ontstaat dan bij het terugleggen,’ zo legt Suzanne het uit en ondertussen bladert ze haastig door de printdummy met lesmateriaal...

En: ‘Kijk Ab hier heb je onze oprichter Louis van Gorkom, die de Schroefhouding demonstreert,’ voegt Suzanne daar aan toe.

‘Suzi, ik zie het,’ zegt Abdullah en hij gaat verder met: ‘De vloer lag deze keer na het terugleggen heel scheef.’

‘Zo'n vijfenveertig graden Ab?’ vraagt Suzanne.

‘Nee Suzi; het was nog intenser, alsof ik tegen een steile bergwand was geplakt. Maar ik viel niet! De wand loste op en ik zweefde langzaam naar boven,’ vertelt Abdullah.

‘En toen?’ vraagt Suzanne.

‘Waren er slechts tranen; het verdriet barstte los,’ ging Abdullah verder.

Suzanne reageert serieus met: ‘Ab, om het allemaal te verwerken, zullen we dit vaker moeten doen!’

‘Suzi; je bedoelt, dat ik niet gewoon aan de slag kan met passiefoefeningen,’ vraagt Abdullah.

‘Nee ab; als je meer technisch bezig bent met passiefoefeningen, komt er meestal niets los. En dan gaan we nu aan de gebaren werken.’ voegt Suzanne toe.

Wordt vervolgt met: 14b. Vlinders voor Fatima.