Vrijheidskwartier - roman...

14. Regen en druppels; wat een weer!

Het is dooiweer, maar er is gewaarschuwd voor gladde plekken, want de natte wegen kunnen opvriezen. Dus is Tineke tijdig van huis gegaan, want ze houdt niet van verrassingen. Vanavond wordt het haar tweede yogales.

Een wonderlijke zonsondergang

In de weilanden liggen nog de grauwe resten van de eens zo hoge sneeuwduinen. Gelukkig hield de veel te vroege winter geen stand, want dan had ze na één les al meteen een gedwongen vakantie; het spande er om! Op de spierpijn na is haar eerste les goed bevallen, dus verlangt ze naar de volgende les. Ze heeft de lage herfstzon schuin in de rug en dat rijdt heerlijk. Aan de overkant staan de huisgaande werknemers in de file, maar zij kan rustig doorrijden. Ze is dus in een goede stemming, want het tijdelijk geluk kan even niet op! Dit is dat genieten van het moment, dat ze uit een filosofisch boek over Yoga heeft gehaald. Ze nadert een dorp op de erven van de boerderijen staan treurende, half gesmolten sneeuwpoppen te wachten op hun naderende ondergang. Een kind herstelt de wortelneus, die een sneeuwpop zo juist heeft verloren; tevergeefs; alles is vergankelijk. De gedachte raakt haar nu niet; neuriet een vrolijk deuntje. Ondertussen zakt de zon naar de kim. De witte sporen van vliegtuigen kleuren in de verte reeds oranje. Tineke mindert vaart, want er lopen stroompjes water uit de berm de weg op. Dat wordt vanavond echt oppassen. De voorruit wordt vuil dus gebruikt ze de ruitensproeier. Het is goed dat ze die nog even heeft bijgevuld. De wissers piepen; even snijdt dat geluid door haar ziel. Dan weer glijdt ze terug in haar geluksgevoel.

Zo rijdt Tineke een parkeerplaats op om de zonsondergang even mee te pakken. Er is tijd genoeg; dus waarom niet. Op een paar vrachtwagens na is de parkeerplaats leeg. Ze rijdt door, totdat ze een plekje kan vinden met een wat vrije horizon. Eerst rijdt ze wat te ver, maar een klein stukje achteruit en het kleurenspel van de dalende zon opent zich voor haar. De rode zon zakt weg achter het zwarte kant van een kale bomenrij in de verte. Het versterkt de herfstkleuren. De eerst gele vliegtuigstrepen zijn nu vlak bij de horizon fel oranje. Hogerop wordt de lucht nu blauwgroen. Daartussen hangt een zware paarse wolkenband.

Voor Tineke is het een moment van bezinning. Het moment waarop de meer nobele gedachten boven komen: ‘Hè, ik heb nog geen behoefte gehad aan een sigaret!’ De behoefte is er echt niet, dus verglijdt hij weer  — die gedachte —  gelijk de vliegtuigstrepen in de verte, die langzaam veranderen in windveren. Even doen ze denken aan zon zachte struisvogelveer op haar huid. Dan borrelt haar brein weer verder: ‘Zullen ze er vanavond allemaal zijn?’ De nu nagenoeg zwartpaarse wolkenband komt op Tineke af. Zware druppel spatten uiteen op de vooruit als oranje vuurwerk. Het gekletter is oorverdovend als de regen overgaat in hagel. Even is het nagenoeg donker.

Even later zoeft Tineke weer over de snelweg; dit is de zesbaans. De vrolijke muziek uit de radio wordt onderbroken voor reclame en het nieuws. In het donkerblauw voor haar doemen de eerste sterren op; of zijn het planeten. Voor Tineke is het allemaal één pot nat. Wordt een heldere nacht, dan zal het vannacht wel hier-en-daar glad zijn. Op het moment is de weg nat van een vorige bui. Het nieuws is als vanouds weer een opsomming van rampen en ongelukken. Daarbij komen dan de nieuwe bezuinigingen van het kabinet. Constant beweren dat de criminaliteit wordt aangepakt en ondertussen alle goede projecten wegbezuinigen. Het is het paard achter de wagen spannen. Dan gaat het over de stakingen in het openbaar vervoer. Vandaag schijn het nog niet zoveel voor te stellen. Vanavond raakt het Tineke niet echt; ze is niet van plan haar goede humeur te laten bederven.

Een bekende lifter

Ondertussen ziet Tineke in de verte al de oranje neonlichten van de rotonde. Ze merkt dat ze nog veel te vroeg is. Even overweegt ze een cafeetje op te zoeken maar dan besluit ze het er op te wagen, want ze zit nog vol met vragen. Bovendien laat de volgende bui zijn druppels reeds op de voorruit vallen. Even eerder dan de anderen geeft ruimte die te stellen. Heeft Frans niet zelf gezegd, dat het niet erg is als je wat te vroeg bent? Ze rijdt over een brede laan met aan weerzijde lage flats. Dan begint het te plenzen. De buien zijn vroeger dan voorspeld; ze zouden pas tegen middernacht komen. Tineke schakelt de ruitenwissers aan. De waterdruppels vermenigvuldigen de lichten. De meeste ramen zijn verlicht. Daarachter worden maaltijden opgediend en zijn anderen net klaar met hun maaltijd, want het is zo omstreeks etenstijd. Het is nu niet druk meer. Al spoedig verschijnen de eerste etalage ruiten in de begane grond van de flats. Het helle licht weerspiegeld in de natte asfaltweg. Die winkelruiten geven aan, dat Tineke het centrum nadert. Dan volgen er oudere panden en de winkeldichtheid neemt toe. Tineke passeert het station.

‘He wie is dat?’ denkt Tineke: ‘Is dat Radha niet?’ Bijna automatisch geeft ze een klein tikje op de claxon; er wordt teruggezwaaid.

‘Dat moet Radha wezen?’ vliegt er door het brein van Tineke. Ze stop op een parkeerhaven iets verder op en laat het linker portieraam open gaan. Dan roept ze: ‘Radha’. Even is het spannend: ‘Is het inderdaad Radha?’ flitst er door het brein van Tineke. De herinneringen van vorige iets te spontane actie's borrelen in haar brein. Stel je voor dat ze naar een wild vreemde dame heeft geroepen...

Radha stapt bij Tineke de auto in. Ze is blij, want anders had ze een flink eind moeten lopen, want de stadsdienst staakt. Met dit buiige weer is dat helemaal onprettig. Radha sluit de deur en doet haar gordel om.

Tineke rijdt meteen weg, want je mag hier eigenlijk niet stoppen en ze heeft geen zin in een boete: ‘Hallo Radha; blij je weer te zien,’ zo begroet Tineke Radha.

‘Bedankt; goeie avond; leuk dat ik mag meerijden,’ reageert Radha.

Met: ‘Gelukkig is de sneeuw weer bijna weg.’ forceert Tineke een opening tot conversatie.

Radha reageert met: ‘Ja, het was me vorige week met die sneeuw wel wat! Ik ben toen bewust eerder vertrokken. Dat was maar goed ook, want mijn trein stond een paar keer stil.’

“Radha, denk je dat ‘koning Winter’ ons voorlopig weer met rust laat?” vraagt Tineke.

Radha komt met: ‘Er zijn voorspellers, die het hebben over het periodiek afkoelen van de warme golfstroom. Als die gelijk krijgen, dan zou dit wel eens een superwinter kunnen worden!’

‘Ik hoop van niet. Maar we zijn er al,’ zegt Tineke terwijl ze haar trouwe karretje parkeert...

Wordt vervolgt met: 14a. Met verlangen in afwachting.