Vrijheidskwartier - roman...

12e. Zonder regelmatige evaluatie gaat het niet

Fatima is uit huis gezet

Sita verlaat de flathal. De sneeuwvlokken stormen op haar gezicht af. Voor de sauna is dit weer wel leuk, maar ieder ander vindt dit pokkenweer. Het sneeuwt dus al weer en dat veel te vroeg in het seizoen. Ze had gedacht dat die eerste aanval van ‘Koning Winter’ snel zou veranderen in dooiweer  — het is per slot van rekening nog steeds herfst —  maar ze heeft ongelijk. Koning Winter is gewoon te vroeg opgestaan. Of komt het door het verschuiven van de Warme Golfstroom? Klimaat is een wetenschap met nogal wat onzekerheden.

De nieuwe buren zijn zelf ook nudisten. Dat valt weer alles mee. Er zijn dus geen problemen met de sauna en de gezamenlijke daktuin. Als er morgen nog sneeuw ligt komen ze van de sauna genieten. Het is jammer dat zij en Annie binnenkort gaan verhuizen naar ‘het Vrijheidskwartier,’ althans als ze inloten, want en zijn veel te veel gegadigden. Het besluit om te vertrekken hebben ze al een hele tijd geleden genomen. De buurt verandert. De eens zo tolerante sfeer is nagenoeg geheel verdwenen. Sinds de Algemene Moslim Partij een coalitie moest sluiten met de fundamentalisten, merk je het dagelijks. De multiculturele ruimte wordt in rap tempo ingeperkt. Gelukkig is er nu ook een echte tegenbeweging in de vorm van de Naturistische Partij.

Weer een windvlaag; Sita voelt de striemende sneeuwvlokken in haar gezicht. Op het geruimde pad voor haar ligt alweer een centimeter of vier verse sneeuw. Tussen de windvlagen door slaat de torenklok half twaalf. De straatlantaren verlicht de wervelende sneeuwvlokken. Ze voelt een volgende windvlaag; her-en-der liggen de eerste sneeuwduinen; vraagt zich af of ze morgen wel naar college kan. Sita verwerpt de voorbarige gedachte. Je bemoeien met het spel der Goden levert slechts slecht karma op! Ze slaat de hoek om en is nu bijna bij haar eigen flathal. Ze drukt op de bel; uit de luidspreker klinkt even later de stem van Annie; ze antwoordt; de deur zoemt. Zeven trappen hoger herhaalt ze het ritueel van aanbellen. Sita is blij dat ze binnen de last van kleding van zich af kan gooien; het voelt nog steeds als een bevrijding. Naakt betreedt ze even later de huiskamer.

‘Wat ... nou zeg!’ van verbazing kan Sita even niets meer uitbrengen. Dan reageert ze met: ‘Fatima, wat doe jij hier?’ Sita neemt Fatima in zich op. Fatima zit in Sita's eigen luie stoel. Ze heeft geen hoofddoek om; geen kleren aan; zelfs geen slipje. Daarbij zit ze op een zitsluier van Annie.

‘Ik ben mijn ird verloren en vader heeft me verstoten,’ zegt Fatima en ze gaat nuchter verder met: ‘Het heeft nu geen zin meer, dat ik me aanpas!’

Sita vraagt met haar alt: ‘Wat bedoel je?’ terwijl ze haar blik op Fatima richt.

Er ontstaat een groef in het voorhoofd van Fatima: ‘Hij vindt dat ik de eer van de familie heb geschonden,’ zegt ze bedroefd.

‘Wat!’ zegt Sita met stemverheffing: ‘Hij is gek. Laat hem eerst maar een weekje bedaren.’

De vore in het voorhoofd van Fatima wordt nog dieper als ze zegt: ‘Zo simpel is het niet,’ waarbij haar hoge stem overslaat.

‘Kom, kom Fatima,’ zegt Sita op geruststellende toon om Fatima de gelegenheid te geven zich verder te uiten.

Het verdriet van Fatima

‘Ik heb nog zo geprobeerd binnen de regels te blijven, maar er werd geroddeld in de buurt. Roddels zijn nu eenmaal sneller dan de waarheid. Mijn vader heeft het gevoel gekregen, dat zijn eer en die van de familie op het spel stond. Het was stom van mij om de grenzen van het fatsoen te naderen. Haptotantra was een brug te ver!’ zegt Fatima de tranen staan haar nabij. Ze probeert nuchter te blijven en gaat verder met: ‘Hopelijk krijg ik even de tijd om na te denken hoe ik een eind aan mijn leven kan maken. Dat spaart een familielid de plicht van eerwraak en dus gevangenisstraf,’ dan barst Fatima in tranen uit. De grond is onder haar bestaan uit geslagen. Even is ze al niet meer van deze wereld. Vanuit het schimmenrijk ziet ze hoe Sita en Annie haar trachten te troosten. Maar de wereld laat haar niet los. Een tochtvlaag hult haar lijf in kippenvel. Het werkt ontnuchterend.

‘Je kunt hier blijven zo lang je maar wilt,’ zegt Sita.

‘En hier zullen ze je niet zo snel zoeken,’ voegt Annie er aan toe.

Zo gaan beide dames nog even door. Het zet Fatima weer even met haar beide blote voeten op de grond. Ze staat nu naast Sita en kijkt naar buiten. Sita kijkt even naar de berichtjes op haar phone. Ze houdt er niet van dat elk moment te doen. Radha heeft de nieuwe cursist binnen. Ze is vannacht bij Suzanne. ‘Hoop op aanvulling voor Vlinders!!!’ staat er met een geel glimlachje bij. ‘Succes!’ stuurt ze terug. Het geeft een goed gevoel, maar kan de pijn van Fatima niet uit haar gedachten wegdrukken. Sita slaat een arm om Fatima. Annie is in de keuken om nogmaals thee te zetten. De fluitketel laat luidruchtig van zich horen.

Even later komt Annie binnen met een groot blad voorzien thee koekjes en een paar sandwiches en ze zegt: ‘Nu is het eerst tijd voor de inwendige mens,’ daarbij zet ze het blad op de grote tafel.

Fatima maakt zich los en pakt de haar toegewezen zitsluier. Vervolgens gaat ze er op, op een stoel aan de grote tafel zitten.

Sita gaat naast Fatima aan het hoofdeinde van de tafel zitten.

‘Wie lust er thee?’ vraagt Annie.

‘Graag Annie’ zegt Fatima.

‘Ik ben inmiddels uitgedroogd!’ antwoordt Sita met enige overdrijving en daardoor nadruk in haar lage stem.

Annie schenkt thee in en zegt: ‘Mensen tast toe!’

Fatima pakt een boterham met kaas en neemt gretig een eerste hap.

Sita neemt een eerste slok en zegt: ‘Dat doet een mens goed!’ Ondertussen vraagt ze zich af hoe ze  — zonder dat de pijn te groot wordt —  een ingang bij Fatima kan vinden. Gelijktijdig kijkt ze losjes naar Fatima. Ze is nu zo anders als in ‘het Station’; zo kwetsbaar.

Annie maait het gras voor de voeten voor Sita weg met: ‘Fatima zou je een kop snert lusten. De snert is gemaakt met kip en een halal, vegetarische vleesvervanger. Er zit dus niets van het varken in.’

‘Als het niet te veel moeite is; graag!’ zegt Fatima met gretigheid in haar hoge stem.

Annie verdwijnt weer in de keuken.

‘Sita, wist jij van die soep?’ vraagt Fatima.

‘Nee Fatima, waarschijnlijk is de soep bedoelt voor morgen, maar ik heb hem nog niet geproefd. De aanpassing in het vlees was op mij gericht. Annie is goed in het aanpassen van de traditionele kost,’ antwoordt Sita serieus.

Fatima komt met: “Weet je nog van onze gezamenlijke maaltijd in ‘het Station’?”

‘Ja Fatima, dat staat me nog bij als de dag van vandaag,’ zegt Sita met horizontale voren in haar voorhoofd.

Fatima zit daar bovenop met: ‘Die serveerster was trouwens best aardig!’ en ze voegt toe: ‘En behulpzaam!’

Dan komt Annie binnen met een kleiner blad met daarop een dampende kom soep. Ze plaats het blad voor Fatima met: ‘Kijk eens Fatima halal snert! Ik hoop dat het smaakt.‘

‘Eet smakelijk Fatima,’ zegt Sita.

Fatima neemt een eerste hapje op haar lepel en blaast er voor de zekerheid op. Dan proeft ze met: ‘Dit streelt de tong!’

‘Waar hadden jullie het over?’ vraagt Annie, maar die vraag gaat bijna ten onder in het geraas van een naderende bui.

De ruiten rammelen, want het standvastige koufront moet laten weten, dat de nudistische gezelligheid hier slecht tijdelijk is. Niet meer dan een zucht in de eeuwigheid! Dan vallen er weer grote sneeuwvlokken, die tegen onderrand van de buitenste glaspui blijven plakken. De binnenste glaspui blijft slechts rammelen. Fatima kijkt bewust naar de twee wanden met planten er tussen, die hen scheiden van de winterse kou; ze huivert. Dan neemt ze zijgend een nieuwe hap warme snert...

Wordt vervolgt met: 13. Fatima ontdekt de Epi van Al-lat.