Vrijheidskwartier - roman...

11. Sneeuw onderweg; wat een begin?

De noordwester jaagt motsneeuw over de tweebaans snelweg. Het is zo'n intense stuifsneeuw die de ruitenwissers soms amper kan bijsloffen. Eind oktober, het zou aardig najaarsweer moeten zijn, maar het lijkt wel winter!

Hoewel ze zich niet gauw door het weer laat beïnvloeden valt er aan deze grauwheid niet te ontkomen. Dan komt daar nog bij, de spanning van het onbekende. Stel je voor: Je gaat opzoek naar een wat intensievere yogales en komt uiteindelijk terecht bij een nudistische groep! Dat is Tineke overkomen. Waarom ze ja heeft gezegd, kan ze van zichzelf niet begrijpen.

Het grauwe landschap

Er komt een tegenligger langs. Het is een zware vrachtwagen. Ze voelt de dreun in het stuur. De voorruit verandert gelijktijdig in een sneeuw-modderpoel. Ze geeft de ruitensproeier een stoot. Als dit zo doorgaat is het reservoir zo leeg. Daar is het klaverblad al. De zesbaans voelt veiliger met dit weer. Ze is bewust vroeg van huis gegaan, maar het begint nu al te schemeren. Ze had haar zinnen al een paar jaar staan op zo'n intensere yogacursus. Die folder die haar zo aansprak staat haar nog helder voor haar geest. Maar helaas weer waren de geklede cursussen vol. Ze kon dus kiezen tussen de wachtlijst of de nudistische cursus haptotantra in zo'n klein huiskamer groepje. Die wachtlijst is nu geen alternatief meer. Het is de schaamte voorbij! Niet dat deze beslissing geen twijfel kent. De twijfel verscheurt haar denken. Ze verschuift het kussentje in haar rug en gaat wat rechter opzitten. De sneeuwbui gaat even liggen. Ze schakelt de piepende ruitenwissers uit. Een zee van oranje neonlicht kondigt de bewoonde wereld aan.

Met bonzend hart

De rotonde komt in zicht, nu kan ze nog omkeren, maar haar lijf doet het niet! Ze rijdt een statige villawijk binnen; overal hoge sneeuwbulten. Hier moet het ergens zijn. Ze vraagt een voorbijganger; rijdt nog een rond je. Dan ziet ze het verlichte bord ‘Eikenhorst’ met het huisnummer 18. Het paadje is pas geruimd. De bel doet: ‘Ding ... dong’. Ze voelt haar hart in haar keel bonzen.

Naakt doet hij open. De deur gaat niet eens op een kiertje, maar bijna half open. Het buitenlicht glimt op zijn penis; even aarzelt ze, maar toch stapt ze naar binnen. Ze volgt hem door een korte gang. Achter de tweede deur doet hal van de villa ruim aan. Aan haar linkerhand staat een antieke kast.

‘Hallo, ik ben Frans’ zegt de naakte man, terwijl hij haar een hand geeft, die noch slapjes noch stevig is. Die stem stelt haar enigszins op haar gemak.

‘U kunt zich hier uitkleden,’ zegt Frans met rustige stem.

Ze kijkt hem aan; er zit iets in die pretoogjes. De BH en slip die nonchalant aan de kapstok hangen laten duidelijk zien wat de bedoeling is. Nu moet het echt gebeuren. Stel je voor: je moet je helemaal uitkleden in een vreemde hal van een vreemde villa. Het ziekenhuis is er niets bij!

In de huiskamer, rond de theetafel is het gezellig en warm. Suzanne babbelt met Radha over haar werk. Radha babbelt over de kinderen van haar nicht. Het stelt Tineke op haar gemak. Een schemerlamp in de hoek en de kaars op de tafel verdrijft de grauwheid van de sneeuw, uit de gedachten van Tineke. Plotseling gaat de bel: ‘Dat is vast Abdullah,’ zegt Frans. Hij verlaat de kamer om open te doen...

Wordt vervolgt met: 11a. Nog zo'n eerste ontmoeting.