Vrijheidskwartier - roman...

9a. Naakt yoga, 't blijft toch een keuze?

De Maha Kumbh Mela

Sita gaat rechtop zitten. Dan bergt ze ‘Taboe’ op. Ondertussen neemt ze de jongeman beter in zich op: ‘Waar heb ik de onderbreking van het spannende verhaal aan te danken?’ vraagt Sita nog enigszins verbolgen.

‘Een fan; ben jij niet het vrouwelijk model van die nudistische yogakalender?’ vraagt de jongeman zonder schroom.

Sita gaat nog rechter op zitten en zegt: ‘Inderdaad; ik heb voor een aantal van zo'n die kalenders geposeerd!’ Hiermee heeft ze besloten hem niet te negeren.

De jongeman strijkt een donkerblonde lok naar achter en vervolgt zijn ingang met: “Ik koop die kalenders al een paar jaar. Ze zijn mooi uitgevoerd. Waren jullie daar als enige naakte dames tussen de naga's op de ‘Maha Kumbh Mela’”?

‘De bedoeling is dat het ontstaan van de kalender samen gaat met een vorm van actie. Verder moet het meer zijn als puur plaatjes kijken,’ antwoordt Sita.

‘Jullie zijn daar zeker in geslaagd. Het nodigt echt uit om de oefening zelf te proberen!’ bevestigd de jongeman met heldere stem.

Het voorhoofd van Sita neemt de vorm aan van een pas geploegde graan akker: ‘Ja, we hebben geprobeerd de aanwijzingen zo duidelijk mogelijk te maken! Het goed en kort omschrijven van yoga-oefeningen is nog niet eenvoudig,’ moet ze kwijt met een serieuze ondertoon in haar stem.

De jongeman haakt daar op in met: ‘Die aanwijzingen zijn zeker geslaagd. Maar zal ik me even voorstellen: Ik heet Arnold van der Berg.’

‘Sita Chander, maar dat wist je al, want dat staat al op de kalender.’

Er ontwikkelt zich een gesprek tussen Sita en Arnold. Ondertussen rolt de trein door het landschap dat steeds meer winterse trekken krijgt. De trein gaat plotseling langzamer. Grote, witte sneeuwvlokken plakken tegen de ruit.

‘Het kan wel eens heel vroeg winter worden,’ zegt Arnold.

Over fietsen gesproken

‘Kijk maar eens naar het raam. Het begint nu al aardig!’ zo haakt Sita er op in.

Arnold voegt toe: ‘Zolang het bij natte sneeuw blijft; want ik moet straks nog een flink eind fietsen.’

‘Ik heb een hekel aan fietsen in het donker! Zeker bij slecht weer en als het bovendien nog glad is...’ De rest slikt Sita in.

‘Ja, auto's houden maar weinig rekening met fietsers,’ knalt Arnold er tussen.

Weer staat de trein bijna stil. Dan trekt hij weer langzaam op. Dit telkens stoppen en langzaam rijden is niet gebruikelijk op deze route. Sita vertrouwd het niet. Ondertussen babbelen Sita en Arnold wat af. Na een kwartier stilstaan komt de trein weer langzaam in beweging. Voort glijdt de trein verder door het donker. Witte vlokken kleven tegen de ruit. Dan spoelt de regen ze er weer af. Bij het volgende stationnetje komt de trein veel te laat tot stilstand. Mensen stappen in en uit. De koude lucht uit de openstaande deuren vormt kippenvel op de huid van Sita.

Er komt een jonge dame naast Arnold zitten: ‘Puf ... tjonge, tjonge; het is spiegelglad!’

‘IJzelt het dan?’ vraagt Sita; ondertussen neemt ze het donkere meisje in zich op. Haar gezicht is knap, hoewel de lippen aan de dikke kant zijn; zeker in vergelijking met de platte neus. De overdreven make-up verpest haar schoonheid eerder, dan dat het er iets aan toe voegt.

Een winterse overval

‘Ja, er valt onderkoelde regen!’ er doemt een groefje in haar voorhoofd: ‘Nu ligt er zeker al een halve centimeter ijs op straat!’ gaat de jonge dame gretig in op de geboden aanzet tot gesprek.

Arnold kijkt semi-onopvallend naar het kuiltje in haar kin. Ondertussen zegt hij: ‘Daarom rijdt de trein zo langzaam!’

De jonge dame staat op en gaat naast Sita zitten: ‘Zo kan ik beter tegen al dat stoppen en optrekken.’

Sita fronst haar voorhoofd als ze Arnold aanvult met: ‘Er hangt natuurlijk ijs aan de bovenleiding!’

‘Dat laten ze smelten door een verschilspanning op de bovenleiding te zetten!’ oppert Arnold bijna onbewust, want zijn aandacht wordt gevangen door de jonge dame schuin tegenover hem. Dat kuiltje in die kin laat hem niet los.

‘Arnold; hoe lang moet jij straks fietsen,’ vraagt Sita bezorgt.

‘Nee,’ er vormen zich kleine lachrimpeltjes rond haar mondhoeken; tevens verdiept het kuiltje in haar kin: ‘Lopen gaat sneller als fietsen!’ zo breekt de jongedame in.

‘Hoezo dat?’ vraagt Sita verbaast...

Aan de overkant van het gangpad wordt gelachen. Arnold kijkt de jonge dame aan en glimlacht. Voor hem is het een bekende mop, dus zegt hij heel droog: ‘Want met lopen sla je telkens een stukje over. Dat is een oude mop. Ik had me nog niet gerealiseerd, dat ik waarschijnlijk moet lopen.’

‘Je kunt wel bij mij overnachten,’ geeft Sita aan: ‘Maar je weet wij leven nudistisch in huis, dus alles moet uit!’

Over de blikken van mannen en zo...

‘Dat zou ik voor geen geld doen! Dan maar vier uur lopen over donkere gladde wegen!’ zegt de jonge dame vol vuur.

‘Hoewel het voor mij nieuw is, lijkt het me anders wel een uitdaging; binnen bevrijd van alle kleren. Tussen twee haakjes; hoe heet jij?’ reageert Arnold.

De jonge dame gaat vlot op die vraag in: ‘Je kunt me Naomi noemen. Het is eigenlijk mijn tweede naam, maar er zijn zoveel Maria's.’

‘Nu dat is Sita en ik ben Arnold. We hebben elkaar zojuist  — in deze trein —  ontmoet,’ Arnold wijst gelijktijdig met zijn rechterhand Sita en dan zichzelf aan.

Sita vult Arnold aan met: ‘Het gesprek begon over een nudistische yogakalender, waarvoor ik heb geposeerd. Beter gezegd; waarvoor ik al heel wat jaren poseer. Arnold koopt die kalender en is daardoor fan van mij geworden.’

‘Bovendien zag ik Sita een bekend boek lezen. Ik geloof dat, dat de eerste aanleiding was!’ voegt Arnold er aan toe.

‘Sita, heb je er dan geen last van, als mannen zo door je kleren kijken,’ vraagt Naomi met de opdringerigheid van het manvolk in haar achterhoofd.

‘Nee Naomi; zolang ze niet echt lastig worden, laat ik de mannen maar kijken. Bovendien als je niks aan hebt kunnen de mannen niet door je kleren kijken. Dat is één van de voordelen van het nudisme! Maar Naomi meid; ben jij dan niet tevreden met je lijf?’ zo legt Sita met één vraag de zere plek bloot.

‘Nou ja; ik ben te dik en het lijnen lukt maar niet!’ reageert Naomi met irritatie in haar hoge stem.

Even vraagt Sita zich af, of het verstandig is de waarheid naar voren te brengen. Dan komt ze met: ‘Zo ingepakt kan ik het niet goed beoordelen, maar te dik ben je zeker niet. Je kijkt te veel naar de anorexia-dennen in de modebladen. Je make-up Naomi spreekt wat dat betreft boekdelen! Arnold wat vindt jij van die lagen verf?’

‘Lelijk! Een clown kan met minder toe,’ zo pakt Arnold het balletje op: ‘Serieus het verpest je mooie huid. Meestal durf je er niets van te zeggen maar...’

‘Nou, jullie weten wel hoe je iemand moet afkraken!’ zegt Naomi bits. Ze voelt zich in een hoek gedrukt. Ondanks alle moeite, die ze aan haar uiterlijk besteedt, mag ze er kennelijk niet wezen.

’Kom op, Naomi meid; jij hebt een verdraaid knap gezicht. Het is slechts de make-up die het verpest!’ troost Sita haar.

Dan kondigt de luispreker  — van het videoscherm —  het volgende station aan. Het is tevens het laatste station, want door de ijzel is de bovenleiding gesneuveld.

Sita en Arnold moeten hier uitstappen. Naomi schrikt; je zult maar midden in de nacht — met dit hondenweer nergens heen kunnen...

PS. lees eventueel verder op de oude romanfragmenten; Natugroetjes, Louis van Gorkom.