Meer over Yoga

Yoga van Oost naar West

Het begrip yoga komt uit het Sanskriet  — een oude taal te vergelijken met het Latijn in functie —  uit India. Het is etymologisch afgeleid van de wortel van het werkwoord yuh, dat samenbinden, ofwel onder een juk brengen betekent. Ons woord juk is dus verwant aan dit begrip, waarvan de oorsprong verborgen ligt in een diep verleden. De eerste teksten waarin Yoga naar voren komt vinden we in de Rigveda.

Cursussen yoga in het Westen

In de meeste cursussen yoga in het Westen geeft men een slap aftreksel van Hatha-Yoga. De vraag van het grote publiek, waarvoor men naar yoga gaat is leren ontspannen. Er zijn helaas nog maar weinig aan het Westen aangepaste vormen. Haptoyoga is de reklamenaam voor zo'n aangepaste vorm, ofwel haptotantra waarin het ontspannen centraal staat. In deze yogavorm zijn alle elementen van het Hindoeïsme bewust verwijderd en vervangen door Westers wetenschappelijk verantwoorde benaderingen, zoals elementen uit de haptonomie.

Andere min of meer aan het Westen aangepaste vormen van Yoga zijn zwangerschapsyoga, haptisyoga, Mindfulness, poweryoga, en yogarobics. Vaak worden in de praktijk de aanpassingen echter weer te niet gedaan door lesgevers, die hun lessen wederom doorspekken met Oosterse elementen, waarvan voor hen de betekenis niet altijd echt duidelijk is. Want nogal wat lesgevers hebben vanuit de hernieuwde belangstelling voor het paranormale, de nijging terug te grijpen naar de Oosterse traditie. Beter zou zijn beide benaderingen niet met elkaar te verwarren. De diverse yogavormen voor gehandicapten vatten we samen onder het begrip Remedial-Yoga. Vele yogasystemen kennen hun eigen benadering van Remedial-Yoga.

De traditionele functie van Yoga

Het belangrijkse kenmerk van het Hindoeïsme is reïncarnatie. Yoga dient de levensweg te versnellen, opdat de kring van tekens weer geboren worden in een nieuw leven met verlossing (mokcha) kan worden doorbroken. Hoewel er heden ten dage binnen new-agekringen wel degelijk aanhangers van een dergelijk geloof zijn te vinden, blijft het nog steeds een minderheidsgroep.

De Garudasana is een klassieke asana uit Hatha-Yoga.

Het bovenstaande geeft aan dat de traditionele vormen van Yoga niet geschikt zijn voor de meerderheid van de bevolking hier in het Westen en dus ook in Nederland. De eerste vorm van yoga die in de voorgaande twee eeuwen in vlagen naar het Westen is komen overwaaien is Hatha-Yoga. Hiervan had voornamelijk de lichamelijke component onze belangstelling. Van de vele vormen van Yoga is Hatha-Yoga de enige vorm met een dergelijke lichamelijke component. Er zijn echter een aantal varianten van Hatha-Yoga, zoals Kriya-, Kundalini-, en Raja-Yoga. De belangrijkste verschillen tussen die varianten zijn cultureel.

Voor Raja-Yoga en Kriya-Yoga geldt dat zij een deel van de lichamelijke component van Hatha-Yoga incorporeren. Alle andere vormen van Yoga bestaan uit filosofie in samenhang met rituelen geheel ingebed in het Hindoeïsme. Traditioneel maken we onderscheid in de vier hoofdvormen Karma-Yoga, Bhakti-Yoga, Jnana-Yoga en Raja-Yoga binnen een theoretisch schema van acht yogawegen in paren gerangschikt. Uit dit rijtje vormen Radja-Yoga en Hatha-Yoga zo'n paar.

De keuze van de cursist

De meeste cursisten, die zich bij ons aanmeldden kozen  — na een informatief gesprek —  voor haptotantra. Een enkeling bleef bij de keuze voor Hatha-Yoga, waarvan de meerderheid bewust vroeg naar een groepje, dat wij adverteerden onder de noemer Yoga-Nagna.

Deze keuze voor naakt was logisch, daar wij als vereniging ons richtten op naturistische activiteiten. Toch waren er in de vorige eeuw ook regelmatig geklede huiskamerlessen met een redelijke bezetting. De geklede zaalgroepen waren echter moeilijker te vullen. In deze eeuw is de belangstelling voor het naturisme en daardoor ook voor Yoga-Nagna en haptotantra helaas weer afgenomen.

De Schroefhouding vormt de kern van haptotantra.

Haptotantra vraagt om extra handjes bij het lesgeven. Met mensen vanuit de Lappenpop in de Schroefhouding leggen ontstond passiefoefeningen. In een kleine huiskamergroep kan de yogadocent het nog alleen aan. Bij de grote huiskamergroep hebben we de ondersteuning van een les-assistent nodig; in de zaalgroep zijn zelfs meerdere les-assistenten nodig. Deze les-assistenten zijn meestal gevorderde cursisten uit andere lesgroepen. Voor het improviserend lesgeven met meer mensen, maken we maken we gebruik van gebarentaal NGT (Nederlandse gebarentaal).

De cursist moet geheel vrij zijn in de keuze voor een geklede- dan wel een ongeklede cursusgroep. Daarbij letten we vooral op pressie vanuit partners of vrienden, want ontspanning vraagt absolute gevoelsmatige veiligheid. We proberen dus de cursist een plek te bieden die goed aanvoelt. Hierdoor ontstaan telkens weer groepjes tussen beide uitersten in zoals bijvoorbeeld een toplessgroep. Deze diversiteit is overigens één van de voordelen van huiskamergroepjes.

De fudamenten van Yoga

Slechts een enkele cursist toont serieus belangstelling in de Hindoeïstische kern van Yoga. Vaak hebben we het dan over cursisten, die al aardig opweg zijn in de richting van yogadocent. Deze cursisten krijgen bij ons intensieve persoonlijke begeleiding in de zoektocht naar hun eigen yogapad. Hiermee komen we weer terug op de theorie  — over Yoga in het Oosten —  die we zo-even hebben laten liggen. We herhalen de vier traditionele hoofdvormen, nu echter met hun tegenhangers:

Karma-Yoga veelal samengaand met Bhakti-Yoga is de levensweg van de gewone gelovige hindoe. Zo komt de levensweg van een Christen  — als vergelijkend voorbeeld —  aardig overeen met een Hindoe die Bhakti-Yoga beoefend. Met Jnana-Yoga komen we dicht bij de levensweg van de Filosoof en de wetenschapper uit voorgaande eeuwen. Een vergelijking met de moderne wetenschapper gaat vaak niet meer op.

Voor het laatste duo is het veel moeilijker een vergelijking met een westerse levensweg te vinden. Dit zou mede kunnen verklaren dat juist Hatha-Yoga naar het Westen is komen overwaaien. De vergelijking met de weg van de sporter gaat mank. Binnen het yogasysteem bestaat er niet zoiets als “de weg van de competitie”. Door Raja-Yoga wordt deze lichamelijke weg weer verbonden met de geest, ofwel lijfwerk kan niet zonder meditatie. De mens moet vanuit actie telkens weer komen tot een rustpunt. In de praktijk beoefend de yogi over het algemeen een mix van deze theoretische vormen.

Aspect gerichte vormen

Naast deze acht hoofdwegen zijn er tientallen vormen van Yoga, die zich focussen op een aspect of samenvatting. Deze wegen kunnen we hier niet allemaal behandelen, dus beperken we ons tot een paar opvallende vormen. Zo houdt men zich in Nada-Yoga zich bezig met de meditatieve effecten van klank en geluid. Kundalini-Yoga en Laya-Yoga vormen een onderdeel van Hatha-Yoga (Yoga-Nagna). Eigenlijk is het dat deel van Hatha-Yoga waar het allemaal om draait; het is het snelle, doch levensgevaarlijke Kundalini-pad naar Verlichting.

Er zijn boeken vol geschreven over de bovengenoemde yogavorm, die allemaal keurig om de hete brei heen draaien. Het gaat hier om een geheime leer  — die van meester op leerling wordt overgedragen —  waarvan het maar goed is, dat het taboe nog niet is doorbroken. Van cursussen Kundalini-Yoga in het Westen kunnen we met stelligheid beweren, dat de inhoud de lading niet dekt. We kunnen echter niet ontkennen dat naam Kundalini-Yoga cursisten trekt! De theorie van de acht fasen, ofwel Ashtanga-Yoga moet worden beschouwd als de wortel van Raja-Yoga.

De volgende yogavormen zijn eveneens ontstaan door de wisselwerking tussen Oost en West. Iyengar-Yoga is een benadering van Hatha-Yoga, genoemd naar de leraar B.K.S. Iyengar. In deze benadering ligt de nadruk op het perfect uitvoeren van de asana's (houdingen). De vorm vraagt zeer lenige cursisten. Boeken over deze methode kunnen aanleiding zijn tot forceren en daardoor blessures, zoals het yogaknietje.

Yantra-Yoga de benadering van eenpuntigheid via visualisatie is een aspect van Radja-Yoga. Dat geldt evenzeer voor Nada-Yoga (Mantra-Yoga) een techniek, die we ook tegenkomen onder de naam trancedente meditatie. Anjayoga — genoemd naar de anja chakra is een mix van Kriya- met aspecten van Hatha- en Raja-Yoga. Het is ontstaan vanuit een poging van Freek van Dam om Yoga aan het westen aan te passen. Een belangrijk aspect is een zoektocht naar een synthese tussen Christendom en Hindoeïsme. Achter de Intergrale Yoga (Purna-Yoga) zit de persoonlijke zoektocht van Sri Aurobindo. De transfomatie-energie regent uit op het aardse. Ook hier zien we vermenging met Christelijke elementen; uitstorting van de heilige geest. De uitdrukking Tantra-Yoga is eigenlijk onjuist, Tantra is gewoon de tegenhanger van Yoga;

Natugroetjes, Louis van Gorkom.